De boerenstand in China en het ineenstorten van het keizerlijk gezag
|
De beweging startte in een boeren geheim genootschap, de I-ho T'uan (Vereniging voor Recht en Harmonie), waarschijnlijk verbonden met de Witte Lotus, in de provincies Chihli en Shantung. De boeren van Noord-China hadden te lijden onder ernstige landbouwkundige rampen, hongersnoden in 1896-97 en overstromingen van de Gele Rivier in 1898. Schippers op het Grote Kanaal werden geruïneerd door de komst van stoomschepen. De concessies die de buitenlanders hadden verworven na de opdeling van China, die volgde op haar nederlaag tegen Japan, veroorzaakten grote publieke verontwaardiging, vooral het opdringen van Duitsland in de provincie Shantung, die als Duitse invloedssfeer was erkend. Van oorsprong was de beweging zowel anti-buitenlands als anti-dynastiek, waarbij missieposten werden aangevallen en tegelijk in de traditie van de Witte Lotus de naam van de Ming-dynastie werd aangeroepen. [...] De Boksers kenden amper een centraal opperbevel, slechts basis eenheden die t'an (altaren) werden genoemd. Deze bestonden uit aanhangers afkomstig uit een of meer dorpen. Er waren speciale groepen van jongere jongens - die tot de meest fanatieke aanhangers gerekend moeten worden - en van groepen voor vrouwen, die schuil gingen onder de naam van 'groene lantaarns' of 'rode lantaarns'. Het bestaan van geheime genootschappen, waarvan uitsluitend vrouwen lid waren wijst waarschijnlijk op de scherpe sociale crisis en de afname van de invloed van de familie traditie, zelfs op het platteland. De vrouweneenheden van de Boksers waren hiervan niet het enige voorbeeld. In Zuid-China bestonden er intussen clandestiene verenigingen van vrijgezelle vrouwelijke dieven. |