Droogte en Boxers

In 1899 en 1900 heerste er grote droogte in grote delen van China.
Liu Mengyang - anti-Boxer en hervormingsgezind lid van de locale elite van Tianjin - legt een duidelijk verband tussen de aanhoudende droogte en de groeiende activiteit van de Boxer-beweging:

Tijdens de tweede maand [1 - 30 maart 1900] viel er geen regen. Geruchten de4den de ronde .... Een verhoudingsgewijs groot aantal mensen begon het boksen te oefenen, en aangezien de autoriteiten niet erg nauwlettend toezagen op wat er gebeurde. Werden de bandieten steeds onverschrokkener.

Tijdens de derde maand [31 maart - 28 april] viel er nog steeds geen regen. Epidemische ziekten braken uit en de rampspoed begon. De Boxer-bandieten namen de gelegenheid te baat en kwamen met leuzen die luidden: "Verdrijf de buitenlander en de regen moet vallen en onze tegenspoed zal verdreven worden."

In de vierde maand [29 april - 27 mei] was er nog steeds geen regen. Van gezagsdragers van de gouverneur-generaal tot de locale magistraten deden herhaaldelijk offergebeden. Maar de ernstige droogte hield aan en werd zelfs verergerd door de felle winden. De Boxer-bandieten begonnen overal met het oprichten van altaren. ... Ze speelden op straat over iedereen de baas en maakte de bevolking zenuwachtig. Maar allen zagen naar hen op als goden, en zelfs de autoriteiten durfden zich niet met hen te bemoeien. ...

Tijdens de eerste tien dagen van de vijfde maand [28 mei - 6 juni] bleef de ernstige droogte aanhouden. De spoorlijn tussen Beijing en Tianjin werd vernield. ... De Boxer-bandieten in Tianjin werden nu gewelddadiger en nog onredelijker.


terug