Heldring, Nederlandse reiziger in China. China verguisd, 1899
|
|
Het is hoogst belangwekkend van Hollanders, Engelsen, Fransen en Russen te horen van hun dagelijkse aanraking met dat vreemdste aller ministeriën van buitenlandse zaken. ... En van de mandarijnen, die wanhopig onwetenden, maar toch slimme troep, die zich lijdelijk tegen alle innovaties en de drang van het Westen verzet en waarvan weinigen enig begrip van de superioriteit van onze beschaving bezitten. En al geven ze voor, die superioriteit te erkennen, bijna geen zal uit vrije wil de weg der verlichting betreden. Zij haten en verachten het Westen en een geheel andere regering dan die van de half-idiote keizer of de keizerin-weduwe, kan slechts genezing van de kwalen des rijks brengen. Men hoort en ziet te Peking niets dan ellendigs en men krijgt medelijden met dat grote volk dat zoveel goeds en zoveel slechts, zoveel sympathieks en zoveel afstotelijks heeft, dat zoveel kracht bezit en dat zich toch zo geduldig laat plunderen en uitzuigen, honderd jaar lang. Evenals Peking de vuilste stad ter wereld is, behoort de Chinese staat tot de verdorvenste op deze aardbol. Peking is het beeld van China, de afschrikwekkende uitwerking van een in-corrupt bestuur. |