De Chinese keizer was de bemiddelaar tussen hemel en aarde (1832). Uit een gebed van keizer Tan Kwang (1821-1851)

O keizerlijke Hemel, werd de wereld niet door uitzonderlijke wisselvalligheden geteisterd, dan zou ik niet wagen uitzonderlijke gebeden uit te spreken. Maar dit jaar is de droogte buitengewoon groot... Ik, de vertegenwoordiger van de Hemel, sta boven de mensen en draag de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de orde in de wereld en van de vrede onder het volk... Op mijn knieën smeek ik de keizerlijke Hemel mij mijn onwetendheid en tekortkomingen te vergeven en mij de zelfvernieuwing te schenken, want ontelbare onschuldigen worden door mij, de éne getroffen. Mijn misstappen zijn zo talrijk, dat het onmogelijk is te ontlopen. De zomer is voorbij, de herfst is aangebroken, het is werkelijk onmogelijk nog langer te wachten. Met mijn voorhoofd sla ik tegen de grond en smeek ik de keizerlijke Hemel haast te maken en een genadige verlossing te schenken - een spoedige en goddelijke weldadige regen om het leven van het volk te redden.


terug