O keizerlijke Hemel, werd de wereld niet door uitzonderlijke wisselvalligheden
geteisterd, dan zou ik niet wagen uitzonderlijke gebeden uit te spreken. Maar dit jaar is
de droogte buitengewoon groot... Ik, de vertegenwoordiger van de Hemel, sta boven de
mensen en draag de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de orde in de wereld en van
de vrede onder het volk... Op mijn knieën smeek ik de keizerlijke Hemel mij mijn
onwetendheid en tekortkomingen te vergeven en mij de zelfvernieuwing te schenken, want
ontelbare onschuldigen worden door mij, de éne getroffen. Mijn misstappen zijn zo
talrijk, dat het onmogelijk is te ontlopen. De zomer is voorbij, de herfst is aangebroken,
het is werkelijk onmogelijk nog langer te wachten. Met mijn voorhoofd sla ik tegen de
grond en smeek ik de keizerlijke Hemel haast te maken en een genadige verlossing te
schenken - een spoedige en goddelijke weldadige regen om het leven van het volk te redden.
|