PatchoeliBerlijn, 9 september 1900 Berlijn in oorlogstijd. Potsdamerstraat: avond. In alle onschuld, met een vriend bij wie je hebt gegeten, wandel je onder de bomen die het fijnbesnaarde stadsbestuur nog niet heeft omgehakt. Plotseling een oploop, tweeduizend man, verkeersopstopping, angstig bellende elektrische trams, verdwaalde omnibussen met bleke conducteurs, gedwarsboomde taxi´s met gesticulerende passagiers, brullende agenten, vertrapte honden, omvergeworpen fietsen. [...] Iedereen gaat op z´n tenen staan, duwt dringt en port, en opeens komt er beweging in de massa, ze sjokken als gekken twintig meter vooruit, opzij,. in galop, schreeuwend, heb je het gezien, uit de Nollendorfplatz komt muziek. Iedereen rent in de Bülowstraat. Daar heb je ze. De spoorwegmannen. Halli halloh. Sommigen zitten in koetsjes, die meerijden in de optocht. Anderen marcheren in het gelid, met links hun moeder en rechts hun bruid. De mutsen zijn geelbruin, glanzen in de avond, het elektrische licht schijnt erop neer. Een postbode rent op een van de dappere jongens af, schudt zijn hand. Dappere jongens, onze dappere jongens - die kreet hangt in de lucht, zweeft rond. Een dame, onder de indruk van het vaderlandse tafereel, dringt tegen ons op, dreigt in onze armen te bezwijmen, ruikt naar patchoeli. Ernstig zwijgend trekken de dappere jongens langs, die zich geheel vrijwillig hebben aangemeld voor de heilige oorlog in China. Trouw aan het woord van hun keizer, die heeft verklaard, dat hij niet zal rusten voor op de muren van Peking onze vlag wappert. Met Peking moet worden afgerekend - op het slagveld is da man tenminste nog wat waard. In marstempo, stapvoets en in draf trekt de stoet verder, links en rechts door burgers en burgeressen begeleid. Stap, stap. een enorm voorwaarts gedrang. Op zulke momenten van patriottische opwellingen moet je in Berlijn op je portemonnee passen; hij is al vaker gestolen. Stap, stap, stap! Zonderling! Ieder die hier meeloopt haalt zijn schouders op over China, maar raakt toch in een opgewekte, plechtige stemming. Halli, halloh. Stap, stap, stap. Kijk-lust, herrie-lust. Zin in rumoerige gebeurtenissen, zonder zich om hun samenhang te bekommeren, en om de de ethische consequenties nog minder: jongensmoed en knapendrift van een enigszins uitgeblust volk, vermengd met de ziekelijke passie van de bleke stadsbewoner voor alles wat op lichamelijke inspanning lijkt; dit alles versterkt elkaar, sluit de rijen. Stap stap stap. Stap stap stap. Alfred Kerr (1867 - 1948), Duitse schrijver en theatercriticus, beschrijft de stemmin gin Berlijn ten tijde van de Bokseropstand. uit: De Volkskrant, 9 september 2002.
|