Bericht van ambassadeur Stephen Pichon aan de Franse minister van Buitenlandse ZakenDe problemen, die van alle kanten op mij afkomen, nemen mij zo in beslag, dat het mij bijna niet lukt u van de moeilijke, door de opstandelingen bewerkstelligde toestand op de hoogte te stellen. Sinds de gebeurtenissen waarover mijn schrijven van 20 april handelde, heeft de crisis zich verdiept. Pao-Ting-fu, T'ien-tsin en Peking worden van alle kanten bedreigd door bendes gevaarlijke fanatici, die grote toeloop ondervinden van de kant van de opgehitste bevolking en die - met steun van invloedrijke bestuurders - overal roven en plunderen, moorden en brand stichten. Het zijn sindsdien vooral de Chinese katholieken en protestanten die te lijden hebben. Het dorp Kao-Kao-Lo (in het bestuursdistrict Lai-Tschui-Hien) werd verwoest; 70 Chinese christenen bleven vermoord en verbrand achter. Andere dorpen in de buurt zijn aangevallen en platgebrand, waarbij gelovigen van Engelse, Amerikaanse en Franse missieposten het slachtoffer werden. Intussen zijn de bendes zover dat zij de hoofdstad van het Rijk hebben omsingeld; een strop die steeds strakker wordt aangetrokken. De opstandelingen erkennen openlijk dat hun doel is alle vreemdelingen te verdrijven. Pamfletten en plakkaten eisen de vernietiging van de missieposten en roepen op tot een algehele opstand tegen de in China aanwezige Europeanen en Amerikanen. Zij noemen ook termijnen waarbinnen zij hun dreigementen waar hopen te maken. Ze houden besprekingen en vergaderingen, stellen in alle openheid militaire eenheden in en organiseren voor ieders oog de opstand. Ze dragen vaandels met opschriften als: "Wij vechten in opdracht van de keizer voor het welzijn van de dynastie." |