Chinees-Japanse oorlog
In 1894 - 1895 vochten beide landen een korte oorlog uit om het bezit
van Korea. In de oorlog bleek al snel de superioriteit van het Japanse
leger en van de Japanse vloot, beide gemodelleerd naar Europees model.
Zonder veel Chinese tegenstand te ondervinden wisten de Japanners te
winnen, waarna het verdrag van Shimonoseki in april 1895 werd gesloten.
In het verdrag werd e onafhankelijkheid van Korea bevestigd. China werd
verplicht tot het verrichten van herstelbetalingen aan Japan en bovendien
een voor Japan zeer gunstig handelsaccoord te accepteren. Formosa, de
Pescadores eilanden, het schiereiland Liaotung met daarbij Port Arthur
moesten worden overgedragen aan Japan. Maar zware diplomatieke druk van
Rusland, Frankrijk en Duitsland maakte dat de Japanners zich genoodzaakt
zagen om af te zien van het schiereiland Liaotung binnen veertien dagen na
het ondertekenen van het verdrag. Port Arthur kwam weer in Chinese handen.
Het verdrag van Shimonoseki kkan evenwel toch worden beschouwd als een
belangrijke stap in de richting van Japanse overheersing op het Chinese
vasteland.

Heijo Kogeki Waga-gun Tekirui o Nuku, scène uit de oorlog.
van de hand van Toshikata Mizuno 1866-1908
|