Hij is geboren in Carthago tussen 200 en
210 als Thascius Ceacilius Cyprianus. Op
volwassen leeftijd bekeert hij zich tot het Christendom en wordt priester
gewijd. Hij is bisschop van zijn geboortestad van 248 tot 258. Hij geniet
een groot gezag bij de andere bisschoppen van Noord-Afrika en roept vaak
provinciale concilies bijeen, die hij dan zelf voorzit. Tijdens zijn
ambtsvervulling maakt hij twee golven van christenvervolgingen mee, die van
keizer Decius rond 250 en die van keizer Valerianus rond 257. Van deze
laatste wordt hij zelf het
slachtoffer. Hij heeft in een reeks van brieven
zijn ideeën weergegeven.
Na zijn vlucht in 250 keert hij een jaar later weer terug en komt dan voor
grote problemen te staan. Cyprianus veroordeelt de lakse praktijken van de
confessores (belijders), die meenden dat 'gevallenen' dankzij de
plaatsvervangende verdiensten van de martelaren weer in de kerkgemeenschap
opgenomen konden worden. Het ging hier om diegenen die tijdens de
vervolgingen uit vrees voor marteling en dood hun geloof hadden
afgezworen, of een offer aan de Romeinse goden hadden gebracht. Cyprianus
vond dat verzoening wel mogelijk was, mits er een fikse boete betaald
werd. Voor iemand als Novatianus en zijn aanhangers was dit echter veel te
mild. Deze Novatianus liet het in Rome hier om tot een schisma
komen.
Cyprianus moet weer in het krijt treden als in 252 in Carthago de pest
uitbreekt en de christenen daar de schuld van krijgen. Als dat achter de
rug is wacht hem een krachtmeting met bisschop Stephanus van Rome die van
mening is dat de mensen die door ketters gedoopt waren, maar weer terug
wilden keren tot de kerk van Rome, met een simpele handoplegging kon
toelaten. In de Afrikaanse kerk heerste de opvatting dat slechts
over-doping dit ketterse doopsel ongedaan kon maken. Ook hierbij liepen de
spanningen weer zo hoog op dat een schisma dreigde. Alle Afrikaanse
bisschoppen stonden ditmaal achter Cyprianus. De bisschop van Alexandrië
wist te bemiddelen.
Keizer Valerianus liet de Kerk weer opnieuw vervolgen. Ditmaal werd
Cyprianus eerst verbannen, maar later door het zwaard gedood.
Van de hand van Cyprianus zijn 65 brieven en zestien antwoorden
overgeleverd. Uit die correspondentie komen zijn ideeën naar voren over
de kerk, nl. dat het fundament voor de lokale kerk de bisschop is die
alleen tegenover god verantwoording schuldig is. Niemand mag zich boven
andere bisschoppen stellen, waarbij de bisschop van Rome als 'ecclesia
principalis' (gemeente van de hoofdstad) slechts een teken van eenheid is.
De gezamenlijke bisschoppen garanderen echter deze eenheid.
Cyprianus is de vertegenwoordiger van het vroege christendom dat begon uit
te groeien tot een belangrijk element in het Romeinse Rijk. Zijn
leermeester was de eveneens in Carthago opererende Tertullianus geweest.
Cyprianus was een bekwaam bestuurder. auteur en correspondent, die opkwam
voor de eigen ideeën en rechten van de plaatselijke gemeente tegen het
centralisme van Rome. Meestal wordt hij afgebeeld als bisschop met een
zwaard. uit: Goosen, Louis, Van Afra tot de Zevenslapers. Heiligen in
religie en kusnten. Nijmegen, 1992, p. 114-115 |