Gibbon beging de vergissing de standpunten van enkele niet
representatieve denkers als een 'vacuüm' te interpreteren dat hij de
meerderheid toeschreef. [...] Er bestond geen 'bevrijde' meerderheid: er
waren individuen die de heidense verering als iets vanzelfsprekends
beschouwden, en individuen die van een bewuster beleefde vroomheid
getuigden. Ook de heidenen kenden hun goden als 'helpers' en
'medewerkers'; zij vormden een zichtbaar gezelschap dat een mens 'altijd'
begeleidde. [...] Na de tijd der apostelen werd het geloof ook niet
bijzonder gepropageerd en gestimuleerd door de kerkleiders. Er werden geen
openbare predikingen gehouden, geen massabijeenkomsten om de heidense
menigten te bekeren. [...] Op dit punt speelde het ontbreken van enige
privacy in de levens van de meeste mensen, een belangrijke rol. De
woningen die met velen gedeeld moesten worden, en de bazaareconomie van
kleine handwerkslieden boden ruime mogelijkheden om vragen te stellen,
geruchten te verspreiden en het geloof in stilte wat aan te moedigen.
[...] Als wij iets verder kijken dan de teksten van hun moralisten, zien
wij dat de christenen niet zo'n 'afgezonderd' leven leidden als Gibbon wel
eens gesuggereerd heeft. Zij namen nog steeds dienst in het leger, woonden
heidense bruiloften en feesten bij en genoten van de spelen en
voorstellingen in het circus.
uit: Manen, v. I. (e.a.), Historia.
Geschiedenis & Staatsinrichting voor de bovenbouw HAVO-VWO. Werkboek
VWO. Amsterdam, 1994. p. 20.
|