|
Gregorius I (Gregorius de Grote, 540-604 ).
Hij is één der vier grote kerkvaders. Als enige van de vier ligt
zijn belang niet op theologisch gebied. Gregorius is allesbehalve een
denker. Zo nuchter, uitgekiend en praktisch als hij is op organisatorisch,
administratief en financieel terrein, zo kinderlijk naïef en bijgelovig
is hij als schrijver en theoloog.
Gregorius de Grote is, net als Leo I, zo'n paus die wereldlijke en
geestelijke macht verenigt. Als prefect van Rome (hoogste bestuurder)
wordt hij tenslotte, na tot monnik te zijn gewijd, ook bisschop. Hij neemt
de verdediging van de stad op zich tegen de Longobarden, maar is ook een
voortreffelijk zakenman. Heel belangrijk is zijn reorganisatie van de vele
kerkelijke landgoederen in Zuid-Italië. Hij zorgt ervoor dat de in de
oudheid al bestaande handel met Egypte weer van de grond komt. De
groeiende inkomsten kan Rome uitstekend gebruiken. Tijdens zijn
pontificaat groeit de pauselijke macht meer dan in de hele tijd ervoor en
lang daarna. Ook op praktisch gebied doet hij veel voor de kerk. Hij is de
grondlegger van de vocale kerkmuziek, het Gregoriaans. Ook de kerkelijke
feestdagen worden door de Gregoriaanse kalender geregeld. |