Hij werd geboren in Washington DC - het centrum van de
macht -, opgevoed aan Princeton en in Parijs waarna hij zich als advocaat
vestigde in New York. Door Woodrow Wilson werd hij gevraagd om bij de
vredesbesprekingen in Versailles te zijn na de Eerste Wereldoorlog.
Bij deze besprekingen werd hij de Amerikaanse woordvoerder in zake de
herstelbetalingen. Zijn christelijke overtuiging bracht hem tijdens het
interbellum naar talloze internationale religieuze conferenties.
In 1945 nam hij deel aan de Conferentie in San Francisco, waar hij
meehielp de pre-ambule van het Handvest van de Verenigde Naties.
Vanzelfsprekend was hij daarna vertegenwoordiger van de VS in de Algemene
Vergadering van de Verenigde Naties in 1946, 1947 en 1950.
Zijn grote ervaring met en kennis van de internationale verhoudingen deed Eisenhower
besluiten hem te vragen om Secretary of State te worden in januari
1953. Tijdens zijn eerste jaar bezocht hij meer dan veertig landen om zo
de NAVO en de SEATO op te kunnen bouwen. Hij er van overtuigd dat de
dreiging die van de Sovjet Unie uitging slechts door 'massive retaliation'
(massale vergelding) kon worden tegen gegaan tot uiting komend in een 'policy
of brinkmanship'.
Hij kon slecht over weg met Anthony Eden, de minister van buitenlandse
zaken van Gr.-Brittannië, waardoor de Anglo-Amerikaanse verhoudingen
verslechterden. Dulles wenste een compromis in het conflict rond het Suezkanaal
en was ook een krachtig opposant van de Frans Britse inval in Egypte
in oktober-november 1956. Toch was zijn politieke lijn in het
Midden-Oosten minder duidelijk dan de politiek tegenover Europa. Het
eerste bleek vooral uit de zogenaamde Eisenhower-doctrine van 1957, die
geen rekening hiel met de reacties van de Arabische wereld op een
interventie van buitenaf. Tijdens zijn laatste maanden als Secretary of
State werd hij ernstig verzwakt door kanker, waaraan hij op 24 mei 1959
overleed, vijf weken nadat hij zijn ambt had neergelegd.
|