Cuba en de Verenigde Staten in de jaren zestigUit het rapport van een Senaatscommissie over de activiteiten van de C.I.A.: Het rapport is de neerslag van een onderzoek dat negen maanden heeft geduurd. Het toont voor de eerste maal openlijk en onomstotelijk aan dat de C.I.A. moordplannen heeft gekoesterd tegen vijf buitenlandse topfiguren: Castro, de Congolese premier Loemoemba, de Dominicaanse dictator Rafael Trujillo, de Chileense opperbevelhebber generaal René Schneider en de Zuidvietnamese president Ngo Dinh Diem. Loemoemba, Schneider, Trujillo en Diem zijn inderdaad onder moordenaarshand gevallen, maar volgens het rapport zonder dat de C.I.A. daar rechtstreeks bij betrokken was. Het hardnekkigst heeft de dienst zich bezig gehouden met Castro. Generaal-majoor Edward Lansdale, een contraspionage-expert, wilde gebruik maken van de volgens hem reeds in Cuba levende vrees dat Castro de antichrist was. C.I.A.-medewerker Thomas Parrott vertelde de commissie dat Lansdale 'het gerucht wilde verspreiden dat de wederkomst van Christus aanstaande was, dat Christus tegen Castro was omdat deze de antichrist was en dat de Cubanen op de 'grote dag' een teken aan het firmament zouden zien. Op die dag had een Amerikaanse duikboot, net achter de horizon, boven water moeten komen en een paar vuurpijlen als 'sterren' moeten afschieten. Dat zou het teken zijn: Christus was op aarde teruggekeerd, en het Cubaanse volk zou Castro afzetten.' Parrott vertelde nog: 'Een grappenmaker noemde dit plan eliminatie door illuminatie.' Volgens een ander plan zou Castro's image worden aangetast door zijn baard te laten uitvallen. Dat had moeten gebeuren door Castro's schoenen met het gif thallium, dat tot sterke haaruitval leidt, te bespuiten. Het middel bleek bij dierproeven te voldoen, maar het plan werd losgelaten toen Castro nog maar uiterst moeilijk te benaderen bleek. Naar: De Volkskrant, 22 november 1975
|