Appeasementpolitiek
Een politiek waarbij men de vrede wil handhaven door steeds weer concessies te doen
aan de tegenpartij.
Tot de Duitse inval in Polen (1939) voerde met name Groot-Brittanië een politiek van
appeasement ten opzichte van Duitsland. Het werkwoord 'to appease' betekent 'sussen,
kalmeren'.
Die politiek heeft een slechte naam gekregen omdat de concessies die Duitsland van
Groot-Brittannië en Frankrijk kreeg de agressie van Hitler niet afremden, maar juist
versterkten.
Als dieptepunt wordt het verdrag van München beschouwd waarbij Duitsland toestemming
kreeg díe delen van Tsjechoslowakije te annexeren waar meer dan vijftig procent
Duitssprekenden woonden, in ruil voor de - loze - belofte geen verdere territoriale eisen
in Europa te zullen stellen. Vijf maanden later bezette Nazi-Duitsland de overblijvende
delen van Tsjechoslowakije.
UIt: Mulder, L., e.a., Historische gids van de 20e eeuw. 2200 namen, termen en
begrippen. Apeldoorn, 1996. p.24
|