De gebeurtenissen, oktober - november 1956Elf dagen duurden de discussies in Moskou. In Boedapest schenen de opstandelingen precies te kunnen doen wat ze wilden. Imre Nagy was eerste minister geworden op 24 oktober; op 30 oktober werd het één-partij-stelsel formeel afgeschaft en werd aangekondigd dat men de Russen hand gevraagd hun troepen terug te trekken uit Boedapest en dat zij daarmee hadden ingestemd. Het was duidelijk, het is nu nog steeds duidelijk, dat het collectieve bewind in Moskou had besloten de regering van Imre Nagy te erkennen. De ommezwaai kwam op de 29e. Er vond een merkwaardige telegramuitwisseling plaats. Nieuwe troepen marcheerden op die datum Hongarije binnen, zelfs terwijl er een Sovjet-verklaring van coëxistentie werd opgesteld, die drie dagen later zou worden bekendgemaakt, op dezelfde dag dat de arme Nagy de neutraliteit van Hongarije proclameerde en de grote mogendheden verzocht deze te waarborgen. Op 3 november hadden de Sovjet-troepen hun posities rond Boedapest ingenomen en werd de grens gesloten. De volgende dag, toen de Hongaarse leiders, die nog met de Russen aan het onderhandelen waren, verraderlijk werden gegrepen en in bewaring gesteld, vielen de Sovjet-troepen aan. De Sovjet-pers had de gedragslijn al aangekondigd die de eerstkomende langdurige periode zou worden aangehouden: de Hongaarse opstand had niets te maken met ontevredenheid onder het volk: zij was op touw gezet door contra-revolutionaire machten onder leiding van fascistische elementen in West-Duitsland en Oostenrijk. Nagy zelf was een ijverige medeplichtige van deze elementen - of (andere lezing) zijn regering was ineengestort. Hoe dan ook, de opstand werd in bloed gesmoord, met volledige en barbaarse wreedheid.
|