1. We wensen een onafhankelijke nationale politiek die op de grondslagen van het
socialisme is opgebouwd. Onze betrekkingen met andere landen,in de eerste plaats met de
U.S.S.R. en de volksdemocratieën moeten volgens het principe van de gelijkberechtiging
geregeld worden. We wensen een herziening van de internationale verdragen en
handelsovereenkomsten in de geest van gelijke rechten.
2. De minderheidspolitiek, die de vriendschap tussen de volkeren verstoort moet
afgeschaft worden. We wensen een trouwe en oprechte vriendschap met onze verbondenen, de
U.S.S.R. en de Volksdemocratieën. Ze kan alleen op de basis van de leninistische
principes verwezenlijkt worden.
3. De economische toestand van het land moet duidelijk uitgelegd worden. We zullen deze
crisis niet kunnen overwinnen als niet alle arbeiders, boeren en intellectuelen hun
toegewezen rol in de politieke, sociale en economische uitbouw van ons land spelen kunnen.
4. De fabrieken moeten door arbeiders en specialisten geleid worden. Het tegenwoordig
vernederend systeem van lonen, normen, sociale zekerheidsvoorwaarden enz. moet hervormd
worden. De syndicaten moeten trouwe vertegenwoordigers zijn van de Hongaarse arbeiders.
5. Onze landbouwpolitiek moet op een nieuwe grondslag gesteld worden. De boeren moet
het recht gegeven worden vrij over hun toekomst te beschikken.
Er moeten politieke en economische voorwaarden geschapen worden die het hen toelaten
vrijwillig leden te worden van de gemeenschappen. Het tegenwoordig systeem van de levering
aan de Staat en de vaststelling der prijzen moet langzamerhand door een systeem vervangen
worden dat de vrije socialistische produktie en de vrije goederenruil verzekert.
6. Wanneer deze hervormingen doorgevoerd zullen worden, moeten wijzigingen in de opbouw
en het personeel van de partijleiding en van de Staat onder ogen genomen worden.