Herinneringen van Arthur Schlesinger, adviseur van president Kennedy

Vier maanden later [februari 1962] bracht ik met Robert en Ethel Kennedy een bezoek aan Berlijn. Na het ontbijt maakten wij een tocht naar de muur. Dat was een barbaarser en somberder gezicht dan men zich had kunnen voorstellen - de ruwe, grijze cementblokken, de dichtgemetselde vensters van de huizen langs de sectorgrens, de onheilspellende tankgrachten, de hoge obstakels opgericht om de Oost-Berlijners er zelfs van te weerhouden te wuiven naar hun verwanten en vrienden in West-Berlijn, de effen witte kruisen die de plaats aangaven waar vluchtelingen de dood vonden, waarbij Robert Kennedy bloemen legde.

Ik vroeg Willy Brandt of hij, achteraf gezien, van mening was dat de geallieerden iets hadden moeten doen om de bouw van de muur te verhinderen of dat zij deze hadden moeten neerhalen. Hij antwoordde in volstrekte eerlijkheid: "Als ik nu zou zeggen dat er iets gedaan had kunnen en moeten worden, zou dat niet overeenkomen met hetgeen ik dacht en zei op het moment dat het gebeurde. Ik ben wel van oordeel dat de geallieerden vlotter hadden moeten zijn met het veroordelen van het bouwen van de muur. Maar dat zou de bouw niet hebben kunnen verhinderen. Op 13 augustus stelde niemand voor de bouw te verhinderen. Wij waren allen in de veronderstelling dat een dergelijke actie het risico van een oorlog met zich meegebracht had."terug