Een Russische ooggetuige, oktober 1956

Op die eerste avond zag ik vanuit het hotel waar wij verbleven een man die met een geweer een verlaten straat inliep. Hij ging in een van de toegangen staan en begon, zorgvuldig mikkend, de straatlantaarns uit te schieten. De lampen doofden een voor een en de straat werd in duister gehuld. Waarom deed deze scherpschutter dit? Louter straatschenderij? Niet waarschijnlijk. Ik denk dat hij een van de illustere vertegenwoordigers was van de reactionaire ondergrondse die in de stad verwarring en chaos wilde stichten.

Een van de leden van onze hotelstaf, een grijzende man van middelbare leeftijd, vertelde ons: "Onze arbeiders kunnen de hand niet hebben gehad in deze plunderingen en relletjes. Het is het fascisme dat z'n kop opsteekt." En zo was het ook. In Boedapest was de contrarevolutionaire ondergrondse in actie. In de stad waren fascistische, reactionaire elementen uit het buitenland aangekomen. De vijandelijke onderneming won aan kracht en de Hongaarse regering vroeg de regering van de Sowjet-Unie om hulp. In antwoord op dit verzoek trokken Russische militaire eenheden, in Hongarije gestationeerd volgens de bepalingen van Warschau, de stad binnen om te helpen de orde te herstellen. De overweldigende meerderheid van de Hongaren verwelkomde deze actie in de hoop dat het leven in de stad spoedig weer normaal zou worden. Ik heb zelf gezien hoe in een straat de bevolking de Sowjettanks verwelkomde.

Toen de Sowjettroepen zich uit Boedapest begonnen terug te trekken, brak er in de Hongaarse hoofdstad een ongeremde Witte Terreur los. Wij, Sowjettoeristen, herinneren ons vol afschuw deze tijd. Het is moeilijk de chaos te beschrijven in de stad waar de openbare gebouwen waren vernield, de winkels geplunderd en benden gewapende bandieten, onmiskenbaar fascisten, door de straten trokken en in het volle daglicht de meest bestiale moorden bedreven.


terug