Graaf von Münster - ambassadeur van Duitsland in Frankrijk ten tijde van de Affaire Dreyfus in een brief aan Joseph Reinach, 20 mei 1901

Bückeburg, 20 mei 1901

Waarde heer Reinach, het beroepsgeheim verhindert nu niet Uw vragen te beantwoorden, want niemand heeft minder dan ik de verhouding tussen Esterhazy en Schwartzkoppen gekend. De laatste wist, dat ik geen spionage veroorloofde, en heeft mij in onwetendheid gelaten omtrent zijn betrekkingen tot Esterhazy. Toen de Affaire-Dreyfus begon, heb ik Schwartzkoppen gevraagd, of hij iets van Dreyfus wist, hij verklaarde mij op de meest stellige manier, dat hij geen relaties met deze gehad had.

Ik heb aan het ministerie van Oorlog en de Generale Staf te Berlijn doen schrijven en ik heb het antwoord ontvangen dat de officier Dreyfus er onbekend was en dat onze autoriteiten nooit in relatie met hem hadden gestaan. Naar aanleiding van deze formele verklaringen, heb ik met President Casimir-Perier en de heer Dupuy de gesprekken gehad, die gij kent [...] Ik geloof niet, dat Schwartzkoppen Esterhazy voor 1893 gekend heeft. Ik weet niet, hoe hij zijn diensten heeft aangeboden, mondeling of schriftelijk.

terug