Zijn Majesteit de Keizer, die een volkomen vertrouwen heeft in de gevoelens van eer van de President en de Regering van de Franse Republiek, verzoekt Uwe Excellentie de heer Casimir-Périer te zeggen, dat, indien bewezen zou worden, dat de Duitse ambassade nimmer betrokken is geweest in de Dreyfus-affaire, Zijne Majesteit de hoop uitspreekt, dat de Regering van de Republiek niet zal aarzelen zulks te verklaren.
Zonder zulk een formele verklaring zullen de sprookjes waaraan de pers zich te buiten gaat, blijven verschijnen, waardoor de vertegenwoordiger van de Keizer zou kunnen worden gecompromitteerd.
HOHENLOHE.