Heden op 11 januari 1898 heeft de Krijgsraad van het militaire gouvernement van Parijs achter gesloten deuren zich beraden over de volgende vragen van de president:
Is Walsin-Esterhazy (Marie-Charles-Ferdinand) schuldig aan het ondernemen van intriges
of aan het onderhouden van verbindingen met een vreemde mogendheid of met diens
vertegenwoordigers, om deze zover te krijgen een oorlog tegen Frankrijk te beginnen, of
hen voor dit doel de middelen te verschaffen?
Het misdrijf valt onder artikel 2.en 76. van het Wetboek van Strafrecht [...]
De stemmen werden een voor een afgegeven, beginnend met de laagste in rang, de president
gaf zijn mening als laatste. Het oordeel van de Krijgsraad luidt:
Monsieur Walsin-Esterhazy werd eenstemmig voor niet schuldig verklaard.
Vervolgens spreekt de Krijgsraad de boven genoemde Esterhazy (Marie-Charles-Ferdinand)
vrij van de aanklacht die tegen hem was ingediend en de president beveelt zijn vrijlating.