Bacchanaal in een kathedraal, Mercier

De 20ste november 1793 betekende het hoogtepunt van deze antigodsdienstige razernij. Er kwam een enorme optocht van mannen, die in twee rijen gegroepeerd waren en overdekt met dalmatieken, kazuifels en koorkappen; op brancards torste men kelken mee, cibories, monstransen, kroonkandelaars, gouden en zilveren schalen. Bij deze rijke offergave maakte een dolle vreugde zich meester van de troep die haar meebracht; als loon voor zijn ijver en als teken van zijn triomf vroeg men verlof om de ‘carmagnole’ te dansen; de nationale Conventie stemde hiermee in en verschillende leden verlieten hun officiŽle zetel, namen de meisjes die in de priesterlijke kleding waren uitgedost bij de hand en dansten de ‘carmagnole’.


terug