Een beestachtig bestaan. La Bruyère over de Franse boeren, 1689.Men ziet bepaalde wilde dieren, mannetjes en vrouwtjes, over het veld verspreid, zwart. grauw en verbrand door de zon, gebonden aan de aarde die zij met een onoverwinnelijke hardnekkigheid omwoelen en omspitten. Zij hebben zo iets als een herkenbare spraak en wanneer zij overeind komen, tonen zij een menselijk gezicht; en het zijn inderdaad mensen. 's Nachts trekken zij zich terug in hun holen, waar zij van zwart brood, water en wortelen leven. Zij besparen de andere mensen de moeite van het zaaien, het ploeteren en het oogsten om te leven en zij verdienen dus niet het brood te ontberen dat zij zelf hebben gezaaid.
|