|
Hij
was minister van financiën onder Lodewijk
XVI
Zijn belasting politiek betekende niet of nauwelijks dat er tegemoet gekomen werd aan de
eisen van de burgerij. De burgers eisten dat zij op de een of andere manier invloed zouden
krijgen op de besteding van de belastinggelden. Zo niet, dan wilden zij ook geen
toestemming verlenen voor het innen van meer belasting. Sterker nog, zij zouden er alles
aan doen om dit te verhinderen.
Het enige dat Calonne - die waarschijnlijk meer waard was dan zijn reputatie van gladde
hoveling en bon vivant -, kon doen om de financiele problemen op te lossen
was geld lenen en nog eens geld lenen. Maar ook daarbij was het einde in zicht. De gegoede
burgerij wenste niet langer door het verstrekken van leningen op te draaien voor het
enorme schatkisttekort zonder dat er op de een of andere manier aan hun politieke eisen
tegemoet gekomen zou worden.
Het behoeft dan ook geen verbazing te wekken dat Calonne in 1787 ontslagen werd. Nadat ook
Calonnes opvolger Loménie de Brienne ook geen succes bleek te kunnen boeken, werd Necker de nieuwe minister van financiën.
|