De Franse boeren in het spinnenweb van de adel«De exploitatie door de adel was tegelijk brutaal en berekenend en omvatte het hele leven op het land als een wijdvertakt net. Wanneer men de lijsten van de feodale rechten nagaat, ziet men dat er bijna niets aan ontsnapt. Zelfs op de gemeentelijke gronden mocht het vee niet weiden zonder dat een recht werd betaald, want de heren beweerden dat de gemeentegronden eertijds door hen als leengrond waren afgestaan. Zij zijn de veroveraars en alle leven, alle beweging is in hun ogen slechts een uitvloeisel van hun veroveringen. Op alle grond die van hem afhing en zelfs, door machtsmisbruik op de hele grond in een bepaalde streek, jaagde de adel naar willekeur en met uitsluiting van anderen. De boeren mochten het wild dat hun oogsten verslindt niet doden; zij mochten het gras niet maaien dan wanneer de heer het toestaat en de patrijzen geen gevaar meer lopen om door een zeis te worden getroffen. Zo had het feodale recht zijn netten gespreid over elke kracht in de natuur, over alles wat groeit, beweegt en ademt, over het water van de visrijke rivier, over het vuur dat in de oven gloeit en het armelijke roggebrood bakt, over de wind die de molens doet draaien, over de wijn die uit de pers te voorschijn komt en over het vraatzuchtige wild dat vanuit woud en kreupelhout de akker en boomgaard komt vernielen. De boer kan geen stap op de weg doen, de beek niet passeren over een vermolmd bruggetje, geen el laken of een paar klompen op de dorpsmarkt kopen zonder dat hij de schraap zuchtige en plagende feodaliteit ontmoet; en als hij deze wil bedriegen of zich tegen nieuwe misbruiken verdedigen, dan valt een ander wild: de rechterlijke macht van de heer en onbeschaamde klerken en deurwaarders met gretige tanden aan op wat hem van zijn oogst en zijn moed nog rest.» Zo schreef Jean Jaurès, socialistisch voorman, ruim een eeuw later.
|