Brissot over zich zelf onder het pseudoniem PhédorPhédor is niet erg lang: op het eerste gezicht is er niets ongewoons aan hem,
maar zijn ogen en gezicht getuigen, vooral wanneer hij spreekt, van het actieve
temperament van zijn ziel. [...] Hij offert zijn familie op voor de zaakk van de
mensheid. Hij is te goedgelovig, te goed van vertrouwen. Elke vorm, van wraak of
eigenbelang is hem vreemd. Te oordelen nar zijn geschriften kan hij vervuld zijn
van zwartgalligheid en wrok, maar in werkelijkheid is hij te zwak om iemand te
haten. Hij is plezierig en gemakkelijk in gezelschap en in een discussie, maar
moeilijk en ruzieachtig bij een meningsverschil Phédor is een van die mannen die
allen op hun best zijn, en die voor de wereld minder nut zijn wanneer ze erin
leven dan wanneer ze in eenzaamheid verblijven.
uit: Scurr, Ruth, Fatale Zuiverheid. Robespierre en de Franse
Revolutie. Amsterdam, 2006. p. 179
|