Het Parijse volk belegert het paleis van Versailles (6 oktober 1789)

Miot - lid van de nationale garde, die de koninklijke familie moest beschermen - beschrijft wat er op de tweede dag rond het paleis van Versailles zich afspeelde

Om zeven uur ‘s morgens hoorde ik alarm slaan. Ik kleedde me snel aan en liep door de tuinen naar het paleis. In de hoven vond ik de voorhoede van de gardebataljons van Parijs die in alle orde arriveerden en zich in volgorde van aankomst in slagorde opstelden. De heer de La Fayette stond aan hun hoofd. Terwijl deze troepen opmarcheerden en hun post innamen, drong ik via de marmeren trap door in het paleis, waarin ik uitstekend de weg wist. De wachtposten die gewoonlijk door de lijfwacht en de Cent-Suisses, werden ingenomen, waren verlaten. Ook de zaal van de lijfgarde en de antichambres die voor het vertrek van de koningin gelegen zijn, waren leeg; bloedsporen bevuilden de vloer en de traptreden. Overal heerste de grootste wanorde: mannen in vodden gekleed en gewapend met pieken daalden de trap af waarlangs ik naar boven was gegaan; het vertrek van de koningin was open, er bevond zich geen man of vrouw van de dienst; de meubels, zelfs het bed waren omvergeworpen of verplaatst; alles wees erop dat men dit vertrek was binnengedrongen, dat de lijfwachten verrast waren en dat zij, na de ingang te hebben verdedigd, gedwongen waren om voor het geweld te w ijken en zich terug te trekken. Kortom, dat ongetwijfeld velen hun bloed hadden vergoten bij het bieden van een vergeefse tegenstand.

Daarentegen was het vertrek van de koning gesloten. Ik ging weer naar beneden langs dezelfde weg die ik omhoog had gevolgd en zag daarop de nationale garde van Parijs in slagorde in de hoven opgesteld. Een volksmenigte van mannen en vrouwen die volstrekt niets met Versailles te maken hadden, verdrongen zich achter deze linie, slaakten van tijd tot tijd kreten en gebrul, terwijl zij hun pieken zwaaiden, waarvan er enige met mensenhoofden waren getooid. Een gruwelijk en weerzinwekkend schouwspel! Deze troep van waanzinnigen kwam niettemin niet in beweging, bedwongen als zij werd door de aanwezigheid van de nationale garde, en enigen begaven zich al op weg naar Parijs met hun bloedige trofeen.

Te midden van de menigte aanschouwde ik, verstomd van ontzetting en afschuw, dit angstwekkende tafereel, toen een ander en indrukwekkender zich voor mijn blikken ontvouwde. De deuren van het balkon van het vertrek van de koning, dat op de binnenplaats uitkwam - de zogenaamde Marmeren Hof -, werden geopend. Ik zie de koning op dit balkon verschijnen, begeleid door de koningin, hun kinderen en de prinsessen. Hun verschijning wordt begroet door gejuich van: ‘Leve de koning! Leve de koninklijke familie!’ Dicht bij de koning en de koningin stonden de heer de La Fayette en de heer Necker, en achter hen een groep die grotendeels bestond uit ontwapende leden van de lijfgarde, blootshoofds. De koning scheen te vragen of men zijn trouwe verdedigers wilde sparen... Ik was te ver verwijderd om precies de woorden te horen die hij sprak, maar de nationale gardisten beantwoordden deze met een instemmend gejuich.

uit: Janssen Perio, E.M., Vrijheid, gelijkheid en de broederschap van Kan en Abel. Getuigenissen en documenten over de Franse Revolutie. Baarn, 1989, p. 74-75


terug