De dood van Danton, april 1794

Barras, de doodsvijand van Robespierre, beschrijft het einde van Danton. Of hij hiermee een betrouwbaar beeld geeft van de laatste uren van Danton is natuurlijk de vraag: Barras wilde de rol van Danton mogelijk fraaier voorstellen dan deze ooit is geweest.

Danton, ter dood veroordeeld voor de denkbeeldige feiten die in het rapport van Saint-Just waren opgesomd, Danton, als hoofd van de samenzwering van Orléans en van de partij der indulgents, naar de plaats van de terechtstelling gesleept met alle wreedheid van dit tijdperk, deze Danton toonde ook nog tijdens deze rit nal de kracht van zijn ziel, die hem zelfs in deze laatste ogenblikken niet in de steek zou laten. Toen men langs het huis reed waar Robespierre woonde, rue de Saint-Honoré, tegenover de rue de Saint-Florentin, richtte Danton zich plotseling op van de bank waaraan men hem meende te hebben vastgeketend, met een beweging die de beulen en de gendarmes die de kar begeleidden verschrikte, en riep met zijn machtige stem: 'Je zult ons spoedig volgen: je huis zal gesloopt worden, men zal er zout strooien.!' Weldra zal men inderdaad de strekking van deze verschrikkelijke profetie kunnen beoordelen.

Toen de karren op het plein van de Revolutie waren aangekomen, neigden zijn ongelukkige metgezellen - Danton was voor het laatst gereserveerd - zich nog tot hem, terwijl zij langs hem gingen; Danton met een waarlijk heldhaftige blik,steunde hen nog. Camille Desmoulins, Hérault de Séchelles, met gebonden handen, wilden nog een beweging maken om Danton te omhelzen. Toen de beul hen ruw wegduwde, zei Danton tegen hem: 'Jij bent dus nog wreder dan de dood: maar je zult onze hoofden niet kunnen beletten, elkaar onder in de zak te kussen.' Toen zijn beurt was gekomen, hief hij, terwijl hij werkelijk opgewekt naar voren trad, de ogen naar de hemel: 'Mijn vrouw, mijn kinderen!' riep hij uit, met een emotie die hij niet meer de baas was; vervolgens, terwijl hij onmiddellijk weer moed vatte: 'Geen zwakte, Danton!' En tegen de beul zei hij nog: 'Je moet mijn hoofd aan het volk laten zien: het is de aanblik waard!'