Louis-Sébastien Mercier beschrijft de terechtstelling van Lodewijk XVI
Zijn bloed vloeide en kreten van vreugde van
tachtigduizend gewapende manschappen troffen mijn oren. [...] Ik zag schooljongens van
Quatre-Nations hun petten in de lucht gooien; zijn bloed stroomde en sommigen doopten hun
vingers er in, of een pen of een stukje papier; eentje proefde er van en zei: "Il est
bougrement salé." [d.w.z. "Het is deksels zout." - een toespeling op het
vee dat werd vetgemest op de pré-salé (kwelder)].
Een beul op de rand van het schavot verkocht en verdeelde pakjes haar met het lint dat het
had samengehouden; stuk voor stuk bevatte het een klein lapje van zijn kleren of een ander
bloederig overblijfsel van dit tragische schouwspel. Ik zag mensen arm in arm lachend
langskomen, terwijl ze gemeenzaam met elkaar keuvelden alsof zij naar een feest
gingen.
|