Testament van Louis XVI
Ik vergeef met heel mijn hart, diegenen die zich tot mijn vijanden hebben gemaakt zonder
dat ik hun daarvoor enige reden heb gegeven en bid God om hen te vergeven, zelfs diegenen
die mij vanuit verkeerd ideaal, of vanuit een verkeerd begrepen ideaal, veel kwaad gedaan
hebben.
Ik verzoek mijn vrouw mij alle kwaad te vergeven dat zij nu vanwege mij moet onder gaan en
alle ergernissen die ik haar zou hebben kunnen geven in de loop van ons huwelijk, zoals
zij er verzekerd van kan zijn dat ik haar niets verwijt, zo zij zichzelf al iets zou
kunnen verwijten.
Ik raad mijn kinderen met klem aan ... onderling altijd verbonden te blijven, onderworpen
en gehoorzamend aan hun Moeder, en erkentelijk voor alle zorgen en moeite die zij zich
gegeven heeft voor hen, en in herinnering van mij, vraag ik hun om mijn Zuster als een
tweede Moeder te beschouwen.
Ik raad mijn zoon aan, als hij het ongeluk heeft koning te worden, er aan te denken dat
hij zich helemaal moet wijden aan het geluk van zijn medeburgers, dat hij elke haat moet
vergeten en elk gevoel dat verband heeft met het kwaad en het verdriet dat ik onderga, dat
hij het geluk van de volken enkel na kan streven door volgens de wetten te regeren, maar
dat tegelijkertijd een koning enkel gerespecteerd wordt, en het goede kan doen dat zijn
hart ingeeft, zolang hij maar de nodige autoriteit heeft, en dat hij anders, als hij
beperkt wordt in zijn acties en nauwelijks respect weet af te dwingen, eerder nutteloos en
een ergernis is dan nuttig.
|