Een waarschuwing tegen de assignaten door: Pierre Samuel Dupont de Nemours.

Dupont (1739—1817) was econoom en filosoof. Hij was afgevaardigde naar de Nationale Vergadering en ijverde heftig tegen de uitgifte van papieren geld. Hij was een tegenstander van Robespierre en de zijnen, en ontkwam, door den val van Robespierre, op 't kantje af aan de guillotine. Later bekleedde hij nog verschillende ambten, waarbij hij zich tegenstander toonde van democratische maatregelen. Het hier volgende artikel is een vertaling van zijn vlugschrift "Effets des assignats sur le prix du pain par un ami du peuple."

De prijs van brood, wijn, andere levensmiddelen en van goederen in het algemeen wordt bepaald door het geld, dat men betalen moet om een schepel graan, een maat wijn of de een of andere hoeveelheid van iets anders te bekomen. Als men iets koopt, dan beteekent dat, dat men goedleren inruilt tegen muntstukken, die ook een soort goederen zijn. Als van de eerste waar veel wordt aangeboden, zonder dat tegelijkertijd ook de andere wordt vermeerderd, dan moet hij, die de in de grootste mate voorhanden zijnde waar van de hand wil doen, een grootere hoeveelheid daarvan afstaan.

Men geeft voor, dat de assignaten de waarde zullen hebben van geld en den dienst zullen verrichten van het geld. Is dat het geval, dan zal er toch iet meer brood en wijn komen dan te voren. Wie dus voor assignaten of voor zilvergeld brood en wijn wil bekomen, zal voor dezelfde hoeveelheid brood en wijn meer assignaten en zilvergeld moeten betalen dan vroeger. Men kan wel zooveel assignaten in omloop brengen, als er zilvergeld in het rijk bestaat; dat zou dus hetzelfde zijn, als dat men de hoeveelheid zilvergeld verdubbelde. Maar als er tweemaal zooveel geld is, dan moet men de waren voor den dubbelen prijs koopen, zooals het nu Engeland is, waar men veel geld en veel papier heeft, maar waar een paar schoenen dan ook 12 livres kosten.

De lieden, die voorstellen, voor twee milliard assignaten te drukken en een hooge borst opzetten als goede burgers, willen dus een brood van vier pond op 20 sous, een flesch tafelwijn op 16, een pond vleesch op 18 sous, een paar schoenen op 12 livres brengen. Zij zeggen, dat dit niet het geval zal zijn, want met assignaten zullen kerkelijke goederen gekocht worden. Maar zij leiden het volk om den tuin. Want de kerkelijke goederen kunnen niet allemaal tegelijk vandaag of morgen verkocht worden.

Als men een bezitting koopen wil, bezichtigt men gebouwen, bosschen en velden. Men onderzoekt, of de wijnbergen oud of nieuw zijn; men bezoekt andere landgoederen, om te kunnen nagaan, wat het beste is. En deze verstandelijke overwegingen vereischen tijd.

De assignaten zullen dus tamelijk lang gehandhaafd blijven. Wie assignaten bezit, zal ze gebruiken in zijn zaken en daar ze in grooten getale voorhanden zullen zijn, zal hij voor alles, wat hij koopen wil, aan assignaten of geld meer moeten betalen.

Gedurende dezen heelen tusschentijd dus zullen alle waren, die het volk noodig heeft, en voornamelijk het brood, dat het algemeenste en noodigste goed is, slechts tegen verdubbelden prijs verkocht worden. Men zal zijn voordeel doen met hetgeen den burgers afgeperst wordt.

Iets anders zou het zijn, als men in plaats van assignaten schatkistpromessen in omloop bracht. Want deze stukken kunnen nergens anders voor worden gebruikt dan om kerkelijke goederen te koopen, en kunnen dus in den verkoop van brood en wijn, evenmin als in de prijzen van goederen in het algemeen, storingen veroorzaken. De kerkelijke goederen zouden even goed verkocht worden, omdat men, om ze te betalen, precies dezelfde som in schatkistpromessen tot zijn schikking zou hebben als die, welke men in assignaten wil uitgeven. Het onderscheid zou evenwel zijn, dat de schatkistpromessen een vrij papier beteekenden. Men zou het arme volk niet kunnen dwingen, ze als betaling aan te nemen. Alleen tusschen de groote schuldeischers van den staat en de beheerders van de schatkist, die de kerkelijke goederen moeten verkoopen, zouden ze in omloop zijn. Geen enkel levensmiddel zou in prijs stijgen.

De assignaten zijn dus dingen voor rijke menschen, die aan het arme volk geld te betalen hebben, en in plaats van harde rijksdaalders liever een stuk papier geven en het volk bovendien nog voor graan en wijn het dubbele van de waarde willen afnemen. De schatkistpromessen evenwel zijn "goed voor het gansche volk", dat zijn arbeidsloon moet ontvangen in zilver, evenals tot nu toe, en dat zijn kerkelijke goederen even goed verkoopen kan met de schatkistpromessen als betaalmiddel.

Dit zij ter waarschuwing gezegd door een vriend des volks, die zich volgens zijn geweten daartoe verplicht voelt.

Uit: Middendorp, H. (e.a.), Van eeuw tot eeuw. Leesboek ten gebruike by het onderwijs in de geschiedenis. II Algemeene Geschiedenis. Zwolle, 1931. p.204-205


terug