De dwingelandij van de etiquette (Madame Campan)

Het kleden van de koningin was een meesterstuk van etiquette; alles ging daarbij volgens vaste regels. De eredame en de kamenier verrichtten, wanneer zij gezamenlijk aanwezig waren, beiden de voornaamste dienst, daarbij geholpen door de eerste kamervrouw en twee andere vrouwen van een lagere rang; maar onderling moest het onderscheid in de taken in acht genomen worden.  De kamenier trok de onderrok aan en reikte de japon aan. De eredame schonk het water in voor het handen wassen en trok het hemd aan. Wanneer een prinses van koninklijke bloede aanwezig was, stond de eredame aan haar deze taak af, maar zij deed dit niet rechtstreeks: bij zulk een gelegenheid overhandigde de eredame het hemd aan de eerste kamervrouw, die op haar beurt weer aan de prinses aanbood. Iedere dame nam deze gebruiken nauw gezet in acht als behorend tot haar rechten. Op een winterdag gebeurde het dat de koningin geheel ontkleed op het punt stond haar hemd aan te krijgen; ik had het al opengevouwen; de eredame komt binnen, trekt haar handschoenen aan en neemt het hemd van mij over. Er wordt aan de deur geklopt, men doet open: het is de hertogin van Orléans, zij had haar handschoenen al uitgetrokken; zij komt dichterbij om het over te nemen, maar de eredame is niet de aangewezen dame om het haar te overhandigen, zij geeft het aan mij en ik gaf het weer aan de prinses. Nu wordt er weer geklopt en de gravin van Provence treedt binnen; de hertogin van Orléans biedt het hemd nu aan. De koningin had ondertussen de armen over de borst gekruist en scheen het koud te hebben. De gravin bemerkte haar pijnlijke toestand, werpt in allerijl haar zakdoek weg, houdt haar handschoenen aan en maakt, terwijl de koningin het hemd aantrekt, tegelijkertijd haar haren los. De koningin begint te lachen om haar ongeduld te verbergen, maar ondertussen mompelt zij verschillende keren: ‘t Is verschrikkelijk! Wat een plagerij!´


terug