De Jacobijn Fievée beschrijft hoe Robespierre in 1793 de Club van Jacobijnen toespreekt

Robespierre kwam langzaam naar voren. Hij was een van de weinigen, die in die tijd nog steeds het kostuum droegen dat vóór de Revolutie in de mode was. Zijn haar was op ouderwetse wijze gekapt en gepoederd. Hij leek meer dan iets anders op een kleermaker uit het ancien régime.

Robespierre

Hij droeg een bril, die waarschijnlijk moest dienen om de zenuwtrekken in zijn bleke gelaat te verbergen. Zijn voordracht was langzaam en afgemeten. Zijn zinnen waren zolang, dat elke keer als hij ophield om zijn bril af te zetten men dacht dat hij verder niets meer te zeggen had, maar na langzaam en onderzoekend de toeschouwers in elke hoek van de kamer te hebben bekeken, zette hij zijn bril weer op om vervolgens nog enkele frases toe te voegen aan zijn zinnen die toch al ongewoon lang waren.


terug