Marie-Madeleine Coutelet (1761-1793)

Marie-Madeleine Coutelet (1761-1793) werd ter dood veroordeeld omdat op aangifte van burger Lambin het huis van haar zuster was doorzocht op verdenking van contact met de emigrés. Er werd bij Marie-Madeleine een brief aangetroffen waarin de volgende belastende passages verschenen:

...Parijzenaars die feestvieren en er op los leven, maar (die) niet de kunst verstaan om hun brood te verdienen. Zij betalen met duur geld, maar hun klachten worden gesmoord in de klanken van de ‘Carmagnole’.

Zij beklaagde Marie-Antoinette om het lot dat haar naar de Conciergerie had gevoerd, waar zij nog steeds zit, misschien wel tot men zich aan de gevangenissen vergrijpt en zij nog eens vermoord wordt en sprak ten slotte haar misnoegen uit om nog langer de opbrengst van een huis dat zij had verkocht in assignaten onder zich te houden, want, schreef zij, iedereen is bang dat ze (de assignaten) binnenkort hun waarde verliezen. Je durft geen aandelen te kopen (...) wegens het feit dat meerdere banken onderbroken zijn met het buitenland dat geen woord wil horen over onze biljetten. Zo zie je maar hoe de Revolutie ons allemaal goed doet.

Deze passages waren voldoende voor doodstraf. Vlak voor de terechtstelling schrijft zij deze afscheidsbrief.

Aan burger Coutelet, per adres burgeres Neuvéglise.

Spinnerij der Jacobijnen,

rue Saint-Jacques te Parijs.

Mijn dierbare familie, ik vervul mijn laatste plichten. Jullie weten waartoe de wet mij heeft veroordeeld, zij zagen onschuld aan voor misdaad en zo beveelt ze mij te sterven. Ik hoop dat jullie je zult troosten, aldus de laatste gunst die ik u vraag. Ik sterf in zuiverheid van ziel, zoals ik die ontving en zie de dood met vreugde tegemoet. Vaarwel, ontvang mijn laatste omhelzing. Deze is van de meest liefdevolle dochter en de meest tedere zuster. Ik beleef deze dag als de mooiste die ik van het Opperwezen heb ontvangen. Leef verder en denk alleen aan mij om u te verheugen in het geluk dat mij wacht. Ik omhels mijn vrienden en teen erkentelijk jegens diegenen die mijn voorspraak zijn geweest.

Vaarwel, voor de laatste keer, dat onze kinderen gelukkig mogen zijn, dat is mijn laatste wens.

Coutelet


terug