De laatste brief van Guillaume-Antoine Lemoine afkomstig uit Bordeaux en Girondijns afgevaardigde, 2 november 1793

Aan burger Lafon, huize Versailles, rue de Valois.

Houd moed, mijn vriend, houd moed.

Mijn beste Duhayet, ik ben veroordeeld en ga nu mijn terechtstelling tegemoet. Bekommer u over mijn vader die ik niet zal schrijven, wees zijn troost, laat hem geen moment alleen en haast u beiden naar Bordeaux om mijn zusters te troosten, aan wie ik u smeek mijn afscheidsgroet over te brengen. Betuig mijn vader mijn erkentelijkheid voor zijn grote liefde jegens mij; zeg hem dat ik, trots op mijn onschuld, rustig sterf met de geestkracht die mij nooit in de steek liet. Ik hoop dat mijn terechtstelling genoegdoening zal geven aan de Almachtige die mij ongetwijfeld in dit leven heeft willen straffen voor mijn tekortkomingen en dat wij elkaar eens in de gelukzalige eeuwigheid zullen weerzien. Nogmaals, waak over onze dierbare vader, tracht de bitterheid waarin mijn terechtstelling zijn oude dagen zal dompelen, te verzachten; zijn goedheid, zijn liefdevolle hart geven mij de zekerheid dat hij nooit een zoon zal vergeten die hem evenveel liefde als hoogachting toedraagt. Bekommer u eveneens over mijn zusters, u weet hoezeer u allen mij dierbaar bent.

Vaarwel mijn vriend, vergeet mij niet; geheel de uwe, uw goede vriend en broer,

Deze zaterdag

Lemoine

Uit: Blanc, Olivier, De laatste brief. Authentieke afscheidsbrieven van slachtoffers van de Franse Revolutie. Amsterdam, 1988. p. 137


terug