Aan u, mijn zuster, richt ik mijn laatste brief. De laatste brief van Marie-Antoinette van Lotharingen en Oostenrijk, koningin van Frankrijk (1755-1793)de 16e oktober, 4.30 uur in de morgen Aan u, mijn zuster, richt ik mijn laatste brief; ik ben zojuist veroordeeld, niet tot een schaamteloze dood, dat geldt alleen voor misdadigers, maar om me met uw broer te herenigen. Even onschuldig als hij, hoop ik mij even standvastig te gedragen in deze laatste ogenblikken. Ik voel mij rustig zoals men zich met een zuiver geweten voelt; ik ben diep bedroefd mijn arme kinderen te moeten verlaten. U weet dat ik leefde voor hen; en u, mijn lieve en tederbeminde zuster, u die in uw vriendschap alles offerde om ons lot te delen, in welk een situatie laat ik u achter! Van de pleiter in mijn proces vernam ik dat mijn dochter van u gescheiden werd. Helaas! het arme kind, ik durf haar niet te schrijven. Zij zou mijn brief niet ontvangen, ik weet zelfs niet of deze u bereiken zal. Ontvang hierbij voor mijn beide kinderen mijn zegen. Ik hoop dat zij ooit, wanneer zij groter zijn, met u zullen samenzijn en volledig van uw tedere zorgen zullen kunnen genieten. Mogen zij beiden indachtig blijven wat ik hen altijd heb voorgehouden. dat trouw blijven aan, en stipt uitvoeren van hun verplichtingen een basisvoorwaarde is voor het bestaan; dat hun onderlinge vriendschap en wederzijds vertrouwen er het geluk van zullen uitmaken; dat mijn dochter er zich op deze leeftijd van bewust zij; dat zij altijd haar broer met raad terzijde moet staan, die (doorhaling in de oorspronkelijke tekst) haar ervaring, die rijker is dan de zijne en haar vriendschap haar kunnen ingeven; dat mijn zoon op zijn beurt, zijn zus omringt met de zorgzaamheden en de voorkomendheden die vriendschap kunnen opwekken; dat zij zich beiden ten slotte ervan bewust zijn dat zij, in welke situatie zij zich ook zullen bevinden, alleen echt gelukkig kunnen zijn in saamhorigheid en ons ten voorbeeld nemen: hoezeer heeft onze vriendschap ons niet getroost in onze ellende. Elk geluk is dubbel zo groot wanneer je het in vriendschap kunt delen en waar tref je inniger, dierbaarder vriendschap dan binnen je eigen familie? Laat mijn zoon nooit de laatste woorden van zijn vader vergeten die ik nog eens nadrukkelijk herhaal: laat hij nooit proberen onze dood te wreken. Er moet mij iets van het hart dat mij zwaar valt. Ik weet hoeveel verdriet dit kind u heeft bezorgd, vergeef het hem, mijn lieve zuster; denk aan zijn leeftijd en hoe gemakkelijk men een kind de woorden in de mond kan leggen die men wil horen, ook al begrijpt het er niets van. Eens zal hij, hoop ik, des te beter de volle omvang van uw goedheid en uw tederheid jegens hen beiden, inzien. Mij rest slechts u mijn laatste gedachten toe te vertrouwen. Ik had deze meteen bij de aanvang van mijn proces willen neerschrijven; maar behalve dat men mij niet liet schrijven, is alles zo snel in zijn werk gegaan, dat ik praktisch ook niet de tijd had. Ik sterf in de rooms-katholieke-apostolische godsdienst waarin ik ook werd opgevoed en die ik altijd beleden heb, zonder dat mij enige geestelijke vertroosting te wachten staat, zonder dat ik zelfs weet of er hier nog wel priesters van die godsdienst bestaan en mij afvroeg of de plek waar ik mij bevind hen aan te grote gevaren blootstelt om hier ooit te komen. Ik vraag oprecht aan God om vergiffenis voor alle misstappen die ik sinds ik besta, heb kunnen begaan. Ik hoop dat Hij, in zijn goedheid, mijn laatste wensen wil aanhoren evenals die welke ik al zo lang koester, dat hij mijn ziel in zijn grootmoedigheid en erbarmen wil ontvangen. Ik vraag al degenen die ik ken en aan u, mijn zuster in het bijzonder, vergiffenis voor alle leed dat ik jullie, zonder het te willen, heb kunnen berokkenen. Ik vergeef al mijn vijanden het kwaad dat ze mij hebben aangedaan. Ik zeg mijn tantes vaarwel en (doorhaling) al mijn broers en zusters. Ik had vrienden en de gedachte voor al tijd van hen gescheiden te worden en hun verdriet, zijn mij een diepe droefenis die mij vergezelt in mijn dood. Laten zij vooral weten dat ik tot in mijn laatste ogenblik bij hen ben.
Vaarwel mijn lieve en tedere zuster; moge deze brief u bereiken! Denk altijd aan mij, ik omhels u met heel mijn hart, evenals mijn arme, lieve kinderen mijn God! hoe verscheurend om ze voorgoed te verlaten! Vaarwel, vaarwel; Ik ga mij nu alleen nog op mijn geestelijke verplichtingen bezinnen. Omdat ik niet vrij ben in mijn handelen, zal men mij wellicht een priester zenden, maar ik verklaar hierbij dat ik geen woord tot hem zal richten en hem zal behandelen als iemand met wie ik niets te maken heb. Marie-Antoinette Uit: Blanc, Olivier, De laatste brief. Authentieke afscheidsbrieven van slachtoffers van de Franse Revolutie. Amsterdam, 1988. p. 134-136
|