Coittant herinnert zich zijn bewaker Marino

Er komen er een paar met hun klachten naar hem toe. Zonder ook maar naar hen te luisteren schiet Marino een rijke gevangene aan en wijzend op de allerarmsten zegt hij plechtig:

Kijk, mijn zoon, deze mannen van mijn afdeling moet jij onder je hoede nemen, begrijp je goed?

Ja, citoyen.

Ga zitten.

Ja, citoyen.

En met een tikje tegen zijn wang: Zo is het, jij betaalt voortaan de warme hap, snap je?

Ja, citoyen.

De kamer, de onkosten, de wijn?

Ja, citoyen.

Kijk, die daar, de ‘president’, zegt hij terwijl hij iemand aanwijst, die houdt de lijst van uitgaven bij, afgesproken?

Ja, citoyen.

Jij bent gefortuneerd, zij niet. Jij betaalt dus, begrepen?

Ja, citoyen.

En probeer niet eronder uit te komen.

Nee, citoyen.

En zorg ervoor dat ze lamsbout met knoflook, aardappels en sla krijgen.

Ja, citoyen.

Na een uiteenzetting gaf hij zijn toehoorder een vriendelijk klopje op de schouder en voor de rest van de dag in een uitstekend humeur, vervolgde hij fluitend zijn weg.

Uit: Blanc, Olivier, De laatste brief. Authentieke afscheidsbrieven van slachtoffers van de Franse Revolutie. Amsterdam, 1988. p. 28-29


terug