Coittant, gevangene in het Luxembourg, verhaalt hoe Markies de la Valette naar het tribunaal wordt geleid op de 12e prairial II.Zojuist is bij ons weggehaald de vroegere markies de la Valette, ex-officier van de wacht, om voor de rechtbank te worden voorgeleid. Het gehuil van zijn ongelukkige vrouw bracht ons deze onheilstijding. Zij hing aan de hals van haar echtgenoot, haar benen omklemden de zijne; in deze houding smeekte zij de bewaker haar met haar man mee te nemen. Alle aanwezigen waren diep getroffen door dit hartverscheurende tafereel, met uitzondering van de onverbiddelijke bewaker die, geïrriteerd door dit oponthoud, snauwde: 'Nou, is het nog 's afgelopen?' Dezelfde ellendige bewaker had vlak tevoren deze beklagenswaardige echtgenote tot radeloosheid gebracht. De ramen van mevrouw de la Valette keken namelijk uit op de tuin waar haar man een balspel speelde. Roep je man, schreeuwde de bewaker. Maar waarom? Roep hem evengoed maar Waarom dan wel, mijn beste? Om naar de rechtbank te gaan. Bij deze vreselijke woorden viel mevrouw de la Valette in onmacht op de grond.
Uit: Blanc, Olivier, De laatste brief. Authentieke afscheidsbrieven van slachtoffers van de Franse Revolutie. Amsterdam, 1988. p. 31 |