Robespierre ontwerpt zijn nieuwe Fransen (februari)

Wij willen een maatschappelijke orde. waarin alle lage en wrede hartstochten aan banden worden gelegd en alle goede en edelmoedige hartstochten worden aangewakkerd door de wetten; waarin de eerzucht bestaat uit het verlangen roem te verwerven en het vaderland te dienen; waarin de onderlinge verschillen slechts ontstaan uit de gelijkheid zelf, waarin de burger onderworpen is aan de overheid, de overheid aan het volk en het volk aan de gerechtigheid; waarin het vaderland zorgt voor het welzijn van elk individu en waarin een ieder zich vol trots verheugt in de welvaart en de roem van het vaderland. ...

Wij willen in ons land de zelfzucht vervangen door de moraal. de uiterlijke eer door de rechtschapenheid, de gewoonten door de beginselen, het fatsoen door de plicht. de dwingelandij van de mode door het rijk van de rede, de verachting van het ongeluk door de verachting van de ondeugd, de onbeschoftheid door de fierheid, de ijdelheid door de zielegrootheid, de liefde voor het geld door het streven naar roem, de intriges door de verdiensten, het vertoon van geest (le bel esprit) door het genie, het ijdele gedoe door de waarheid, de verveling van de wellust door de bekoring van het geluk, de kleinheid van de groten door de grootsheid van de gewone man, een beminnelijk, lichtzinnig en ellendig volk door een grootmoedig, machtig en gelukkig volk, kortom: alle misdaden en belachelijke elementen van de monarchie door alle wonderen van de Republiek.

Uit: Janssen Perio, E.M., Vrijheid, gelijkheid en broederschap. Getuigenissen en documenten over de Franse revolutie. Baarn, 1989, p

terug