Met de afspraken en verplichtingen worden het bedrog en de leugen geboren. Zodra men
kan doen wat men niet mag, wil men verbergen wat men niet had moeten doen. Zodra er een
belang is dat ertoe brengt iets te beloven, zal een groter belang die belofte doen breken.
(...) Als we die zonde niet hebben kunnen voorkomen, zijn we terecht gekomen bij de straf;
zo begint de ellende van het bestaan der mens met zijn fouten.
Ik heb genoegzaam duidelijk gemaakt dat men een kind nooit moet straffen vanwege de straf,
maar dat die hun altijd moet overkomen als een natuurlijk gevolg van hun slechte daad.
Uit: Rousseau, Oeuvres Complètes, IV, Ed. Pleiade, Gallimard, 1969, Emile, p. 334/335