Les Droits de la Femme et du Citoyen 


I. De vrouw wordt vrij en gelijk in rechten aan de man geboren.
II. Het doel van elke politieke vereniging is de handhaving van de natuurlijke en onvervreemdbare rechten van de vrouw en de man.
III. Het beginsel van elke soevereiniteit berust wezenlijk bij het Volk, dat niet anders is dan de vereniging van de vrouw en de man ...
VI. De wet moet de uitdrukking zijn van de algemene wil; alle burgers en burgeressen moeten persoonlijk of door hun vertegenwoordigers hiertoe bijdragen ...
VIII. De wet mag slechts de strikt en overduidelijke noodzakelijke straffen bepalen en niemand kan gestraft worden dan krachtens een wet die voorafgaand aan het delict is vastgesteld en bekendgemaakt en die in wettige vorm op de vrouwen wordt toegepast.
IX. In het geval dat een vrouw schuldig is verklaard, wordt de wet in alle strengheid toegepast.
X. Niemand mag lastig gevallen worden vanwege zijn meningen ...; de vrouw heeft het recht het schavot te beklimmen; zij moet eveneens het recht hebben de Tribune te bestijgen; aangenomen dat haar manifestaties de openbare orde, door de wet geregeld, niet verstoren.

Revolutionaire vrouwenclub

uit: Janssen Perio, E.M., Vrijheid, gelijkheid en de broederschap van Kaïn en Abel. Getuigenissen en documenten over de Franse Revolutie. Baarn, 1989, p. 124



Laatst bijgewerkt: 21 maart 2005