Van Brazzaville naar Fasjoda
De Fransen hadden op dit moment spijt als haren op hun hoofd dat zij
zich in 1882 veroorloofd hadden dat Engeland Egypte had bezet. Hun doel
was dan ook de Britten weer uit Egypte proberen te werken, vooral om een
verbinding tussen haar Noordafrikaanse bezittingen tot stand te brengen en
eventueel concessies in Marokko daarvoor in de plaats te krijgen mochten
de Engelsen Egypte niet verlaten.
In 1894 besluit de minister van Buitenlandse zaken van Frankrijk tot een
gewaagde operatie. Tien jaar lang hadden de Britten Soedan links laten
liggen; geen enkele Europese mogendheid had geprobeerd om de Soedan in de
tussentijd te annexeren. Als Frankrijk er nu wel in zou slagen dit gebied
van de bovenloop van de Nijl in bezit te nemen, dan zou haar plan voor de
vorming van één groot Noordafrikaans koloniaal rijk geslaagd zijn. Van
daar dat minister Hanotaux opdracht gaf voor een expeditie vanuit
Brazzaville aan de Congo-rivier, waar een Franse nederzetting was, naar de
bovenloop van de Nijl. Natuurlijk was Hanotaux niet de enige die vond dat
Frankrijk een wereldrijk moest scheppen in Afrika. Zo was in de Kamer van
Afgevaardigden François Deloncle een vurig pleitbezorger van de koloniale
belangen van Frankrijk. Hij stelde in februari 1895 dat de Britten
gedwongen moesten worden om de de kwestie Egypte te regelen. Indien zij de
belofte van 1882 niet zouden nakomen, dan zou Frankrijk Engeland 'van
achteren' moeten aanpakken door vanaf de Atlantische kust naar de
Boven-Nijl te marcheren om zo de Britten aan de conferentietafel te
dwingen.
Dit voornemen komt de Engelse onder-minister Grey ter ore. Hij laat weten
dat 'van de monding van de Nijl tot aan de bronnen bij in de grote meren
van Oeganda en Tanganjika de gehele Nijl Brits was. Elk binnendringen van
de Fransen in het stroomgebeid vande Nijl - Bahr al Ghazal - zou beschouwd
worden als vijandige daad.´ Hij geeft Kitchener dan ook opdracht om voort
te maken, nadat hij Kartoem heeft veroverd. Zo zouden de Britse aanspraken
recht gedaan kunnen worden.
Er ontstaat van verschillende kanten een wedloop naar de bovenloop van de
Nijl. En daar kwamen Kichener en Marchand uiteindelijk tegenover elkaar te
staan bij het het fort Fasjoda. |