Imperialisme

Juist in het laatste kwart van de 19e eeuw zien we een opleving van het koloniale vraagstuk, dat al snel het imperialisme genoemd zal worden.
Waren vóór 1870 de koloniale rijken vooral gebaseerd op vloot en handel, vanaf die tijd begonnen de Europese mogendheden territoriale ambities te koesteren, die verder gingen dan alleen de bescherming van handelscentra en havens. De belangrijkste uitzondering hierop vormde de Verenigde Staten.

Onder de nieuwe vorm van imperialisme wilden de Europeanen niet zonder meer de goederen van de inheemse produktie, maar véél meer en aangepast aan de eisen die de geïndustrialiseerde samenleving daaraan stelt. Europese landen begonnen hun infrastructuur op te leggen aan de (voormalige) kolonies. Bovendien investeerden zij aanzienlijk in de economieën van die landen:
"they transformed elements of the local population into the wage employees of foreign owners and so introduced the class problems of the industrial Europe in a form accentuated by racial difference."
De overweldigende vuurkracht van Europa was voldoende om elke probleem af te kunnen doen, zonder dat de thuisblijvers daar iets van merkten. Andere dan teritoriale en economische drijfveren waren er natuurlijk ook. Afrika en Azië werden de belangrijkste prooi van de Europese imperialisten, die Zuid-Amerika ´overlieten´ aan de Amerikanen.


Copyright ©2001 M. Kropman. Alle rechten voorbehouden.
Laatst bijgewerkt: 07 March 2005