De opening van het Suezkanaal

Op 7 oktober 1869 verliet het koninklijk stoomjacht De Valk de haven van Nieuwediep. Langzaam verdwenen de twee schoorstenen en de vier masten achter de horizon. Vierentwintig dagen later meerde De Valk af in de Zuiditaliaanse havenstad Brindisi, waar prins Hendrik en zijn vrouw Amalia aan boord kwamen. Prins Hendrik, bijgenaamd 'de Zeevaarder', was een jongere broer van de Nederlandse koning Willem III. Op 13 november 1869 stoomde De Valk de haven van Port Said binnen.
Op 17 november vond de luisterrijke opening van Ferdinand de Lesseps' Suezkanaal plaats. Een lange stoet van gepavoiseerde schepen voer die dag van de Middellandse Zee naar de Rode Zee. Voorop voer het jacht van de Franse keizerin Eugénie, gevolgd door de jachten van de keizer van Oostenrijk Frans Jozef, dat van de Pruisische kroonprins Frederik en De Valk. de bebakening van het kanaal was nog primitief: de ankerplaats in Ismailia werd gemarkeerd door houten staken, waarop kaarsen in papieren lampions brandden. In deze stad bood de Khedive, Egyptes onderkoning, zijn hoge buitenlandse gasten een feest aan in zijn gloednieuwe paleis, waarvan de verf ondanks de Egyptische zon nog niet op alle plaatsen droog was. Ook had de Italiaanse componist Verdi voor deze speciale gelegenheid een opera geschreven: Aïda, die zich afspeelde in het oude Egypte.
Op 19 november stoomde De Valk van Ismailia verder zuidwaarts naar Suez - het eerste Nederlandse schip was het Suezkanaal gepasseerd. Het had geen kanaalgeld betaald, want dit werd bij wijze van openingsattractie de eerste vier dagen niet door de Suezkanaalmaatschappij geheven. Nederland en Nederlands Oost-Indië waren 10000 kilometer dichter bij elkaar gekomen!


Copyright ©2001 M. Kropman. Alle rechten voorbehouden.
Laatst bijgewerkt: 07 March 2005