De speciale positie van Egypte

In 1517 was Egypte toegevoegd aan het Ottomaanse Rijk. De sultan liet Egypte besturen door een gouverneur: de khedive. Deze titel voerden de onderkoningen van Egypte sinds Mohamed Ali (1769-1848) zich na een ingewikkelde machtsstrijd van de Turkse gouverneur ontdaan had en zelfs als zodanig door de Porte in 1805 erkend was.
Al in het midden van de negentiende eeuw had Egypte een autonome status bereikt binnen het Ottomaanse rijk. In de tweede helft van de 19e eeuw is Egypte druk bezig met een hervormingsproces in Westerse zin, vooral in de bureaucratie, rechtspraak en wetgeving, terwijl ook de infrastructuur (spoorlijnen) werd verbeterd. AlexandriŽ en Cairo werden van riolen en electra voorzien en 'gehausmanniseerd' (naar de Franse financier en stedebouwkundige George Haussmann, die in 1853 de opdracht krijgt om Parijs te moderniseren en te voorzien van brede boulevards en avenues inclusief enig groen).
Franse adviseurs hielpen de khedive Mohamed Ali met deze hervormingen en versterking van het leger. Zelfs het ontoegankelijke Soedan werd aan de invloedssfeer van Egypte toegevoegd. Als hij echter de strijd aanbindt met de sultan zelf en bovendien delen van SyriŽ en de Perzische Golf verovert, dan is het voor de Europese mogendheden genoeg. Zij dwingen Mohamed Ali zijn veroveringen weer af te staan. Hoewel formeel nog onderdeel van het Ottomaanse Rijk was Egypte in feite een zelfstandige mogendheid geworden. Niettemin bracht deze modernisering tegelijk met zich mee door de grote financiŽle lasten die deze veroorzaakte dat Egypte steeds meer afhankelijk werd van buitenlandse financiŽle ondersteuning. De invloed van de Europese mogendheden bleek ook de samenstelling van de bevolking. Weliswaar bestond de overgrote meerderheid uit eenvoudige fellahs of dagloners en kleine boeren, daarnaast bestond er een zeer aanzienlijke en vooral invloedrijke groep Egyptenaren met Europese achtergronden en Europese paspoorten. Deze controleerden steeds meer het bestuur en de economie. Een van de opmerkelijkste groepen 'Europeanen' was de groep van zevenduizend 'Oostenrijkers' die van de Oostenrijkse ambassadeur een Oostenrijks paspoort hadden gekocht! Groot voordeel voor deze Europeanen was, dat rechtspraak geschiedde voor 'tribunaux mixtes' waarbij men terdege rekening hield met de Europese belangen.
De kleinzoon van Mohamed Ali, Abbas, volgt hem in 1848 op en regeert tot 1854, waarna Mehemet SaÔd Pasja (1854-1863) aan het bewind komt. Onder hem verkregen de Fransen de concessie voor de aanleg van het Suez-kanaal. Hierdoor zou het strategische belang van Egypte sterk toenemen en Frankrijk een overheersende positie in de Levant geven. Engeland stond hier wat wantrouwig tegenover, maar was zelf lange tijd niet erg enthousiast over de aanleg van een kanaal. Natuurlijk beseften de Engelsen wel dat de aanleg van een kanaal de Fransen dichterbij India zouden brengen dan hen lief was.
Dankzij de persoonlijke contacten van Ferdinand de Lesseps (1805-1894) en zijn goede relaties met Napoleon III en keizerin Eugťnie lukte het de Fransen de concessie in november 1854 binnen te halen. De Lesseps - neef van de keizerin - had in 1849 de diplomatieke dienst verlaten en handelde voortaan op zich zelf. Al in 1852 laat hij van zich horen en stuurt een notitie naar de Nederlandse consul in Egypte, Ruyssenaars, en vroeg hem om bij de khedive te polsen of dit plan aanvaardbaar zou zijn. In 1854 gaat Lesseps zelf op bezoek bij Said Pasja, op wie de rijvaardigheid van De Lesseps veel indruk maakt. Wesseling verhaalt in Verdeel en heers. De deling van Afrika, 1880-1914. Amsterdam, 1992. p. 61:
"Op 15 november valt de beslissing. 's Ochtends verscheen een regenboog aan de hemel, wat Lesseps beschouwde als het teken van vereniging waarover in de Schrift wordt gesproken, 'het geschikte momnet voor de waarachtige vereniging van oost en west."
Enkele weken later (30 november) heeft Lesseps zijn concessie op zak. De Compagnie Universelle du Canal Maritime de Suez kan worden opgericht (1858). Dat dit nog vier jaar moest duren heeft alles te makien met de ingewikkeldheden en gevoeligheden rond de Krim-oorlog, waarin Frankrijk, Engeland en Turkije elkaars bondgenoten waren. Lesseps garandeerde een rente op aandelen van vijf procent, een exorbitant hoog percentage voor die dagen! De Franse kleine man zag het aanschaffen van aandelen in deze maatschappij als een daad van vaderlandslievendheid, of zoals een inschrijver liet weten dat hij graag meedeed met dit plan voor 'een spoorweg in Zweden' .

Allerlei chicanes van de kant van de khedive vertragen de aanleg van het kanaal. Als in 1863 Said doodgaat en opgevolgd wordt door Ismail en bovendien Napoleon III zich ermee gaat bemoeien, dan nadert het kanaal in augustus 1869 zijn voltooiing. Op 17 november 1869 vond de feestelijke opening plaats. 
Ten gevolge van de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) kon er uit het zuiden van de Verenigde Staten geen ruwe katoen worden geÔmporteerd. Het belang van de Egyptische katoen nam sterk toe. Hierdoor werd Egypte - veel sterker dan de rest van het Ottomaanse rijk - de wereldmarkt op geduwd.
De khedive Ismail nam sterk de westerse gewoontes aan. Bovendien was hij een man die een zeer goed oog had op de psychologie van de mensen waarmee hij omging. Ieder die hij ontmoette wist hij de indruk te geven dat de khedive alleen en speciaal voor hem of haar belangstelling koesterde. De een vleide hij, bij de ander had hij een gesprek van man tot man, de volgende bood hij geld enzovoorts. Tegelijk was hij een van de grootste slavenhouders van Egypte. Toen hij 'Chinese' Gordon verzocht om een eind te maken aan de slavenhandel was dat meer cosmetica dan daadwerkelijk bedoeld om een einde te maken aan de slavenhandel. Ismail ging er van uit dat Gordon toch geen einde zou kunnen maken aan de slavenhandel, zodat hij ťn een verlichte indruk kon maken ťn gebruik kon blijven maken van de talloze slaven.
Twee jaar na de opening van het Suez-kanaal liet hij in 1871 de AÔda opvoeren van Verdi. Deze westernisering geschiedde met hulp van in Europa geleend geld. Op allerlei manieren moest Egypte worden opgestoten in de vaart der volkeren, zelfs door middel van deelname aan de wereldtentoonstelling van Parijs in 1867. Spoorwegen werden aangelegd evenals een telegraaf, irrigatie nam toe etc. Velen zagen dit met bewondering gebeuren. Niet daarentegen de kleine man die de rekening voor dit 'progressieve' beleid diende te betalen in de vorm van hogere belastingen. Immers, de hervormingen waren gefinancierd met westers kapitaal in de vorm van leningen. Die moesten natuurlijk worden terugbetaald. "Alles werd belast. Er was, zoals Lady Duff Gordon schreef, 'a tax on evry crop, on every annual fruit (...), on every man, on charcoal, on salt, on the dancing girls'". Maar ook dit hielp erg weinig. Ismail probeerde het gat te dekken door steeds meer staatsleningen uit te schrijven. De staatsschuld steeg van 4 in 1863 naar 87 miljoen Pond Sterling in 1877. De belastingopbrengst was slechts 90 miljoen per jaar. Frankrijk was in het begin de belangrijkste financier geweest van de moderniseringen, maar naarmate het kanaal vorderde kreeg ook Gr-BrittanniŽ voor Egypte belangstelling. Bovendien raakte de khedive steeds verder in de put, omdat hij steeds vaker zijn toevlucht moest nemen tot staatsleningen om de rente te kunnen betalen. De zogenaamde 'tulbandleningen' leverden een rente van 25 ŗ 27% voor Europa op, terwijl de inkomsten van Egypte navenant achterbleven. In 1870 is de financiŽle nood zo hoog gestegen dat Ismail zijn aandelen - en dat waren er heel wat - van de hand moet doen. Eerst bood hij deze aan Frankrijk aan, maar die weigerde vanwege de oorlog in Europa. Vervolgens aan de Britse premier Disraeli, die een tegenstribbelend kabinet moet overtuigen, dat bovendien met zomerreces is. Hij wacht een beslissing niert af en neemt contact op met de belangrijkste bankier in die dagen: Baron de Rothschildt. In drie dagen is de transactie rond. Disraeli aan Victoira: "The entire interest of the Khedive is now yours, Madam." Zij vond het prachtig en de khedive kreeg zijn gevraagde vier miljoen. Via een achterdeur had Engeland zich in Egypte gevestigd om er voorlopig niet meer te vertrekken.
Als op 8 april 1876 de Egyptische staat failliet gaat nemen de Fransen en Britten het heft in handen, zonder direct over te gaan tot ingrijpen. Als na wat verwikkelingen blijkt dat Isamil niet in staat is orde op zaken te stellen, dan wordt via een eenvoudig telegram van de Sultan geadresseerd "Aan de Ex-Khedive Ismail Pasja" geregeld dat hij van het toneel verdwijnt en opgevolgd wordt door zijn zoon Taufik of Tewfik. Tewfik is als was in de handen van de financiers, een ware lakei van het imperialisme om in marxistische termen te spreken. Frankrijk en Engeland krijgen het recht om kabinetsvergaderingen bij te wonen en inspecteurs op de ministeries te benoemen. De financiŽle controle viel onder een Fransman en een Brit, waarvan de laatste later als Lord Cromer de nieuwe heerser van Egypte zou worden. De schulden werden geregeld in een Liquidatiewet, waarin de couponknippers garanties voor hun coupons kregen.
Deze gang van zaken leidde tot grootscheepse protesten van de kant van de Egyptische bevolking en het ontstaan van een nationalistische oppositie. De Egyptenaren voelden zich op tal van manieren achtergesteld. Vooral in het leger bestond de nodige onrust, omdat de inheemse officieren zich gediscrimineerd voelden. O.l.v. kolonel Ahmed Arabi later bekend als Arabi Pasja ontstaat een daadwerkelijk protestbeweging. In 1881 namen de officieren de macht over. Eerst werd Taufik gedwongen de minister van Oorlog te ontslaan, vervolgens het ontslag van het gehele kabinet en bijeenroeping van de Kamer en uitbreiding van het leger. De vreemde overheersers zouden nu natuurlijk met de gevolgen geconfronteerd worden. Hun tot dan toe gevolgde politiek had gefaald. Hoewel Gladstone geen voorstander was van het imperialisme, zou hij uiteindelijk gelet op de belangen rond Ierland (Home Rule) in te stemmen met een imperialistische politiek. Engeland zou samen met Frankrijk, dat zeer veel betekenis hechtte aan Egypte, ingrijpen. Met veel vlag- en machtsvertoon voeren de Franse en Britse vloot voor de kust van AlexandriŽ. Echter toen er daadwerkelijk moest worden ingegrepen waren de Fransen zo verdeeld dat zij machteloos stonden. Uiteindelijk leidt het tot een militair ingrijpen van de kant van de Britten (de Fransen waren gevraagd om mee te doen maar die hadden geweigerd) in 1882 ten gunste van de khedive. Gladstone had beloofd om te vertrekken zodra de rust was weergekeerd. Hij had in de Commons dat met plechtige woorden gestipuleerd:
"Undoubtedly of allthings in theworld, that is the thing which we are not going to do. It would be absolutely at variance with all the principles and views of Her Majesty's Government and the pledges they have given to Europe."
Maar de opstand is nog niet onderdrukt of de Britten zorgen er voor dat de khedive Tewfik de nominale bestuurder werd. Tewfik zorgde goed voor de Europesebelangen... Kort daarop laten de Mahdisten van zich horen in het zuiden en Gr.-BrittanniŽ ziet zich genoodzaakt om in 1885 de Soedan te ontruimen en over te laten aan de Mahdi.
Bedoeld als tijdelijke maatregel gingen de Britten pas weg in 1956. Vanaf 1883 tot 1907 was Lord Cromer de facto heerser over Egypte. In die hoedanigheid heeft hij een belangrijke rol gespeeld in het tot stand brengen van een stabiele Egyptische economie en in de totstandkoming van de Entente Cordiale.
Egypte bleef een Brits protectoraat, waarbij de khedive beschermd werd niet alleen nationalistische oppositie maar ook tegen eventuele maatregelen vanuit het Ottomaanse rijk en imperialistische rivalen. Vooral de Fransen waren ernstig gekant tegen de langdurige aanwezigheid van de Britten in Egypte. De Fransen hadden in het Midden Oosten langdurig de dienst uitgemaakt en zij vreesden dat deze rol nu zou over gaan op Engeland. Ter compensatie begonnen de Fransen met de opbouw van een groot koloniaal imperium in Noord-Afrika. Juist dit leidde weer tot afgunst bij eerst de Britten en vervolgens bij de Duitsers.


Copyright ©2001 M. Kropman. Alle rechten voorbehouden.
Laatst bijgewerkt: 27 september 2010