De IsraŽlische aanval in 1956

Op 29 oktober vielen de IsraŽli's aan. Hun succes was verrassend, al duurde het twee dagen, voordat de Fransen hun te hulp kwamen. Toen daalden Franse vliegtuigen op de luchthavens van IsraŽl neer, zij beschermden de steden in samenwerking met de IsraŽlische luchtmacht, die was versterkt met 36 Franse MystŤre-straaljagers. Het waren Franse toestellen die water en benzine uitwierpen voor de troepen van Mosje Dajan, die in de woestijn opereerden. Zij bombardeerden de Egyptische divisies en mitrailleerden de tanks van Nasser in de Nijldelta. De kanonnen van hun oorlogsschepen dreven de Egyptenaren langs de kust, in de Gaza-strook vooral, uiteen.
Pas op 5 en 6 november landden Franse en Britse troepen bij Port Saïd en Port Faoed en bezetten de kanaalzone.

Was de actie militair gezien een succes, politiek was het een blamage voor Engeland en Frankrijk. De VS liet zich sterk negatief uit, het Britse pond kelderde in waarde, de VN dreigde met interventie. Uiteindelijk trokken de Franse en Britse troepen zich terug in december. Bij het Suezkanaal werd een VN-vredesmacht gestationeerd, terwijl in 1957 de Israëli´s de Sinaï ontruimden. Nasser en zijn bondgenoot de Sovjet Unie kwamen versterkt uit het conflict te voorschijn.


terug