De Israëlische minister van buitenlandse zaken, Abba Eban, stelt in een rede op 30 september 1971 "vijf wegen naar de vrede" voor.

1. Een akkoord i.z. het Suezkanaal. "De Suezkanaal-sector vereist dringend een ontkoppeling. Daar gaat de regionale spanning vergezeld van de militaire aanwezigheid van een grote mogendheid. " Israël en Egypte hebben daar "een onderling overeengekomen doel en een onderling overeengekomen procedure. " Een concreet resultaat zou onderhandelingen en overeenstemming over ander kwesties bespoedigen en inspireren. Israël stelde voor:

Terugtrekking van zijn troepen vanaf de waterweg tot op een overeengekomen afstand. De gevechten zouden niet worden hervat. Egypte maakt het kanaal bevaarbaar en gaat het exploiteren. Alle schepen en ladingen, incl. die van Israël, genieten volgens het akkoord vrije doorgang. Effectieve en overeengekomen procedures voor controle op de naleving van de overeenkomst moeten worden vastgelegd. Afschrikwekkende middelen tegen schending van het akkoord moeten worden verzekerd. De door de Israëlische troepen bezette linie mag niet als definitief worden beschouwd. Als een akkoord over een definitieve grens wordt bereikt in het kader van een vredesregeling, zullen de Israëlische troepen zich daarop terugtrekken.

2. Hervatting Jarring-besprekingen. Deze besprekingen zijn opgeschort, omdat Egypte weigert een dialoog of onderhandelingen te voeren over de bepalingen van de vredesregelingsresolutie m.b.t. terugtrekking en grenzen, zoals de Veiligheidsraadresolutie van nov. 1967 verlangt. Egypte formuleert zijn standpunt als een ultimatieve voorwaarde waaraan Israël moet voldoen, alvorens onderhandelingen kunnen beginnen.

Israël heeft recht op onderhandelingen en grenzen en veiligheidsregelingen. De rechtvaardiging daarvan ligt in het voorlopige karakter van de bestandslijnen, zowel in de huidige als de vroegere. Een tweede reden ligt in de Veiligheidsraadresolutie, aldus Eban, die vervolgde: "Ik moet in alle ernst verklaren dat Israëls trouw aan de Veiligheidsraadresolutie en aanvaarding van de Jarring-missie gewaarborgd waren op grond van de uiterst expliciete afspraak dat de resolutie een kans bood om te onderhandelen over overeenkomsten i.z. grenzen en terugtrekking. "

Israël voert geen politiek van expansie of annexatie.

Israël vraagt Egypte niet een van zijn standpunten te aanvaarden als voorwaarde tot onderhandelingen. Het voorstel tot terugtrekking van alle Israëlische troepen uit de Sinaï is een legitiem voorstel. Even legitiem is het voor Israël aan de mogelijkheid tot vrije onderhandelingen te blijven vasthouden, in het verloop waarvan zijn eigen voorbehouden en tegenvoorstellen kunnen worden voorgedragen.

"Als Egypte instemt met onderhandelingen op gedetailleerde en concrete wijze zonder voorwaarden vooraf over de in de memoranda van Israël en Egypte van februari 1971 genoemde punten, is de weg tot zinvolle onderhandelingen open. "

3. De vluchtelingen. "Het probleem van de vluchtelingen vereist een royale aanvaarding van de regionale en internationale verantwoordelijkheden. Bijgevolg hebben wij een conferentie voorgesteld van de landen van het Midden-Oosten, met de regeringen die tot de hulpverlening aan de vluchtelingen hebben bijgedragen en met de gespecialiseerde VN-organen, teneinde een vijfjarenplan op te stellen ter regeling van het vluchtelingenprobleem en van hun integratie in het produktieproces.

4. De vredesbeginselen. Israël stelde voor, eerst een ontwerp op te stellen voor enkele clausules van een Egyptisch-Israëlisch verdrag m.b.t. de vredesbeginselen. Want het is een algemeen aanvaarde onderhandelingstechniek met de problemen te beginnen, waarover de meningsverschillen minder groot zijn, om zo een gunstige atmosfeer te scheppen voor de behandeling van de meer netelige problemen.

5. De onderhandelingsprocedure. Het huidige Egyptische standpunt is dat Israël niet rechtstreeks met Egypte kan spreken, dat het niet indirect met Egypte kan spreken, en dat het niet schriftelijk iets aan Egypte kan meedelen. Als geen andere methode beschikbaar is zal de Israël regering haar standpunten aan Egypte mede delen via alle mogelijke kanalen en technieken. Geen internationaal akkoord is ooit bereikt via de methoden, waarvan de missie-Jarring zich tot dusver op Egypte's aandringen heeft bediend. De sterkste kans om de impasse te doorbreken ligt in een rationele onderhandelingsprocedure, aldus Eban. Hij stelde zijn Egyptische collega Riad voor elkaar deze maand te ontmoeten "hetzij onder auspiciën van de VS om te discussiëren over de bijzonderheden en beginselen van een Suez-kanaal-regeling, hetzij onder voorzitterschap van ambassadeur Jarring om te discussiëren over het vestigen van de vrede in overeenstemming met Veiligheidsraadresolutie 242 (1967) op basis van de wederzijdse memoranda van februari 1971. " (Dit aanbod werd door Riad verworpen)


terug