|
Een groep joden uit de buurt van Charkov sloot zich aaneen in een genootschap onder de
naam BILU. Deze letters BILU zijn de beginletters van een tekst uit de bijbel van de
profeet Jesaja (jes. 2,5). Deze tekst luidt: "Huis van Jakob, komt laat ons
gaan..." In 1882 gaf deze groep in Constantinopel onderstaande verklaring uit:
Aan onze broeders en zusters in ballingschap!
Indien ik niet mijzelf help, wie zal mij helpen?
Bijna tweeduizend jaar zijn verlopen sedert in een kwaad uur, na een
heroïsche strijd, de glorie van onze Tempel in vlammen opging en onze koningen en leiders
hun kronen en diademen verwisselden voor de ketenen van de ballingschap. We verloren ons
land, waar onze geliefde vaderen woonden. Van al onze glorie namen we in de ballingschap
slechts een vonk van het vuur mee, waarmee onze Tempel, de woonplaats van onze grote God,
was omgeven.
Maar deze kleine vonk hield ons in leven toen de torens van onze vijanden tot stof
vergingen en hij werd een hemelse vlam, die licht gaf aan de helden van ons volk en hen
hielp de verschrikkingen van de dodendans en de martelingen van de auto-da-fe's te
doorstaan. En weer gloeit deze vonk en hij zal ons als een ware zuil van vuur vooruitgaan
op de weg nar Zion terwijl een duistere wolk ons zal achtervolgen, de wolk van
onderdrukking, die ons dreigt uit te roeien.
Slaapt gij mijn volk?
Wat hebt gij tot stand gebracht tot 1882?
Geslapen en gedroomd de valse droom van assimilatie.
Wel, goddank, zijt gij uit uw luie sluimer gewekt .
De pogroms hebben u wakker geschud uit de toverslaap.
Uw ogen zijn geopend, zodat gij nu ziet hoe vals uw
hoop is. Kunt gij de smaad en spotternij van uw vijanden zwijgend
aanhoren? ... Waar is uw vroegere trots, de oude geest.
Bedenk dat gij eens een natie was met een wijze godsdienst, met eigen
rechters, eigen wetten en een heilige Tempel, waarvan nog een muur rest
als stille getuige van het roemruchte verleden; dat uw zonen woonden in
paleizen en uw steden bloeiden en schitterden van pracht, terwijl uw
vijanden als beesten leefden in de modderige moerassen van hun donkere
wouden. Terwijl uw kinderen gekleed waren in purper en fijn linnen,
droegen zij de ruwe vacht van wolf en beer.
Schaamt gij u niet?
Een bestaan in het Westen is onmogelijk geworden voor
u, de sterk van de toekomst straalt in het Oosten. Diep doordrongen van
dit alles en geïnspireerd door de ware woorden van onze grote leermeester
Hillel: "Als ik mijzelf niet help, wie zal mij dan helpen?"
stellen wij voor het volgende genootschap op te richten:
1. Het genootschap zal BILU heten, overeenkomstig de
woorden 'Huis van Jacob, kom, laat ons gaan...' Het zal verdeeld worden in
plaatselijke afdelingen in overeenstemming met het aantal leden.
2. Het genootschap zal gevestigd zijn in Jeruzalem.
3. Schenkingen en bijdragen zullen onbeperkt gedaan
kunnen worden.
Wij willen:
1. Een tehuis in ons land. Het werd ons gegeven door de genade van God;
het is van ons, zoals geregistreerd staat in de archieven van de geschiedenis.
2. Het van de Sultan zelf vragen en als het niet mogelijk is dit te
bereiken, vragen, dat we het op zijn minst mogen bezitten als een staat in een grotere
staat; het interne bestuur moet onze taak zijn om eigen burgerlijke en politieke rechten
te kunnen hebben en dat het land slechts in buitenlandse aangelegenheden functioneert als
deel van het Turkse Rijk bij wijze van hul aan onze broeder Ismael in tijd van nood.
Wij hopen dat de belangen van onze roemruchte natie een nationaal
gevoel zullen opwekken bij rijke en machtige mensen en dat iedereen, rijk of arm, zijn
beste krachten zal geven voor de heilege zaak.
Gegroet, broeders en zusters!
Hoor, o Israël! De Heer onze God, de Heer is één, en ons land Zion
is onze enige hoop. God zij met ons!
De pioniers van BILU
|