Rusland en Israël in 1956. Uit een brief van Boelganin aan Ben Goerion

De Sovjet-regering heeft haar onvoorwaardelijke veroordeling van de gewapende agressie van Israël, alsmede van Groot-Brittannië en Frankrijk, tegen Egypte, welke een rechtstreekse en openlijke schending van het Handvest en de beginselen van de Verenigde Naties vormt, reeds tot uitdrukking gebracht. Tijdens de spoedzitting van de Algemene Vergadering heeft de grote meerderheid van de landen van de wereld deze daad van agressie, gericht tegen de Egyptische republiek, dan ook veroordeeld, en een beroep gedaan op de regeringen van Israël, Brittannië en Frankrijk, zonder uitstel een einde aan de militaire operaties te maken en hun invalslegers van het Egyptische grondgebied terug te trekken. Geheel de vredelievende mensheid veroordeelt met verontwaardiging de misdadige handelingen der agressoren, die de onschendbaarheid van het grondgebied, de soevereiniteit en de onafhankelijkheid van de Egyptische republiek hebben geschonden.

Zonder hiermede rekening te houden, volhardt de regering van Israël handelend als een werktuig van imperialistische krachten van buiten, in haar zinloze avonturen, daarmee een uitdaging richtend aan alle volkeren van het Oosten, die hun strijd voeren tegen het kolonialisme en voor hun vrijheid en onafhankelijkheid, en aan alle vredelievende volken ter wereld ...

De regering van Israël speelt op misdadige en onverantwoordelijke wijze met het lot van de wereld, met het lot van haar eigen volk. Zij zaait haat tegen de staat Israël onder de oostelijke volkeren, hetgeen de op de toekomst van Israël als staat ongetwijfeld zijn stempel zal drukken. De regering van de Sovjet-Unie, die er zeer groot belang bij heeft, dat de vrede en de rust in het Midden-Oosten worden bewaard, onderneemt op dit ogenblik stappen om een einde te maken aan de oorlog en de agressoren te doen inbinden. ...


terug