Het vertrek van de Joden moet men zich niet
voorstellen als iets dat ineens plaatsvindt. Het zal geleidelijk
gaan en tientallen jaren in beslag nemen. Het eerst zullen de armen
gaan om het land te ontginnen. Volgens een van te vorenvaststaand
plan zullen ze wegen, bruggen en spoorlijnen bouwen, telefoon
aanleggen, rivieren bevaarbaar maken en voor zichzelf eigen
woonplaatsen vestigen. Door hun werk komen er onderlinge
betrekkingen, dat verkeer brengt markten teweeg, de markten trekken
nieuwe kolonisten aan. Want iedereen komt vrijwillig, op eigen
kosten en voor eigen risico. Het werk dat wij in de grond
investeren, verhoogt de waarde van het land. De Joden zullen spoedig
inzien dat hier een nieuw en vrijblijvend gebied ontsloten wordt
voor hun tot nu toe gehate en verachte dadendrang. Na de in
economisch opzicht zwaksten volgen geleidelijk de iets sterkeren.
Die nu de vertwijfeling nabij zijn, gaan het eerst. Onze overal
vervolgde intelligentia van middelbaar niveau, die wij in zo'n grote
overvloed rijk zijn, zal de leiding hebben.
Uit: Der Judenstaat |