Het Midden-Oosten tijdens de Eerste Wereldoorlog.Vanaf 1915 werd het Turkse rijk van verschillende kanten aangevallen. De belangrijkste offensieven van Geallieerde zijde in het Midden-Oosten vonden plaats vanuit Mesopotamië en Egypte. De Geallieerden bestonden vooral uit troepen uit het Britse Imperium. Britten vochten naast Australiërs, Nieuw Zeelanders en Indiërs. Vooral Mesopotamië vertegenwoordigde een groot economisch belang vanwege de olievelden en pijpleidingen. De campagne in Mesopotamië had slechts de bescherming van de olieleidingen en olievelden ten doel. Inname van Basra was daartoe van belang. In maart 1915 besloot de Britse regering in India hiertoe over te gaan en deed nog iets meer dan dat: rukte op naar Baghdad om het na zeer veel moeilijkheden pas in te nemen in maart 1917. Het is dan wel een woestijn oorlog en een oorlog in de valleien, de gevechtstactiek is niet verschillend van die in Europa. Pas met een geweldig overwicht van 4:1 weet de Britse bevelhebber Sir Stanley Maude Baghdad te veroveren. Hij zelf sterft aan de cholera een half jaar later. Van groter politieke betekenis voor de na-oorlogse verhoudingen waren de gebeurtenissen in Egypte en directe omgeving. Aan het begin van de oorlog (januari 1915) hadden de Turken geprobeerd het Suezkanaal te bezetten. Deze aanval werd afgeslagen en Gr.-Brittannië komt tot de opbouw van een troepenmacht van 300.000 man in Egypte. Eind 1916 was het grootste deel van de Sinaï in handen van de Engelsen. Pogingen om de Gazastrook te veroveren mislukken vooralsnog. De nieuwe bevelhebber Allenby maakt dan in oktober 1916 wel vorderingen. Hij verovert de Gazastrook en kort daarop ook Jeruzalem (december 1917). Niet onbelangrijke steun kregen de Britten van de kant van de Arabieren die de Turkse overheid wel kwijt wilden. De latere 'Sir' Lawrence of Arabia speelt hierin een voorname rol.
|
|